In Amsterdam draagt men geen fietshelm

In deze derde blog nemen we een weekendje vrij. Het is altijd goed om over de grenzen te kijken en een andere mobiliteitscultuur op te snuiven. We gingen in Amsterdam de confrontatie aan met de openbare ruimte en de mobiliteit op kleine schaal: het fietsen en te voetgaan en dit vanuit onze rol als voetganger. Zoals mijn boek dat beschrijft, gedragen we ons dan anders dan op de fiets of in de wagen en hebben we als verkeersdeelnemer ook andere noden.

Het was vrijdag, een werkdag en dat merkten we aan de fietsstromen waar we ons doorheen bewogen. Zoals de meeste toeristen liepen we te voet. We zouden het centrum ervaren als een koppel dat het liefst hand in hand naast elkaar wil lopen. Dat bleek geen eenvoudige opgave. In een stad is het eerst en vooral uitkijken waar je loopt. Dat begon aan de overzijde van het stationsplein. Als je een drukke straat oversteekt moet je uitkijken voor wagens, dat zijn we gewoon en die waren op die plek niet zo talrijk, maar naast de weg lag er een fietspad en daar reed er, met een intensiteit die we niet hadden verwacht, een niet aflatende stroom fietsers zodat het lang wachten was op een gaatje om op de stoep te geraken. Achteraf gezien was dit wellicht een groep fietsers die aan een verkeerslicht gelost waren. Onze les was toch fietspaden over te steken via zebrapaden. Maar op de bypass buiten de lichten merkten we toch dat de fietsers snel rijden en niet altijd willen stoppen voor voetgangers op een zebrapad. Op dat vlak was er geen verschil met de fietsers op de Bondgenotenlaan te Leuven. Na een druk kruispunt met tramsporen in verschillende richtingen, doken we snel de oude stad in met zijn smalle straatjes. Het was er rustiger maar snel te moeilijk om met twee naast elkaar te blijven lopen op de stoepen. De smalle straatjes van het oude centrum hebben niet enkel een smalle rijweg, waar gelukkig niet alle wagens toegelaten worden, maar de stoepen zijn die naam niet waardig. Bovendien staan er op de stoep nog allerlei vaste en losse elementen in de weg zoals geparkeerde wagens: Tesla Taxi’s, bestelwagens en allerlei ongeregelde gebruikers als het al geen gestalde fietsen zijn. Hierdoor ga je meestal op straat lopen, ook als je tegenliggers ontmoet. Daarbij leer je ook ogen op je rug te hebben voor stille elektrische wagens die geruisloos nabij sluipen. De fietsers laten zich met luide bel van ver al horen. Daar schrik je aanvankelijk van en spring je aan de kant. Na de eerste honderd meter reed er al een fietser – die achteraf zichtbaar verstrooid een Chinees restaurant aan het zoeken was – tegen een dame die met haar gezin de smalle straat overstak. Geen bijna-ongeval maar een echte – zachte – aanrijding. Lopen langs de grachten is prettiger omdat er meer ruimte is, al is dat ook soms maar schijn. Aan de zijde van de talrijke woonboten – al zijn het eerder woonvlotten door hun betonnen platen waarop ze gebouwd zijn – staat het vol met bakfietsen, geparkeerde wagens en honderden meters dwars geparkeerde fietsen bloembakken en kleine wagentjes en voor de woonboten soms afgesloten privé-tuintjes. Aan de andere zijde trapjes, fietsen en plantenbakken. Op de nostalgische ophaalbrugjes ontbreekt vaak een voetpad en moet je je opnieuw op straat wagen waar fietsers dominant zijn. De stenen brugjes hebben steile hellingen die niet voldoen aan de comfortnormen van het fietsvademecum. Zo zie je regelmatig zie je fietsers afstappen als ze voor de brug moeten afremmen en van nul beginnen te klimmen. Op bruggen met een stoepje wordt dat opgevuld met fietsen vastgeketend aan de brugleuningen. De Amsterdammers rijden nog veel met fietsen waar je rechtop zit, zoals omafietsen met een gebogen stang en hoog stuur en obligaat mandje voorop. Elektrische fietsen zijn zeldzaam op de fatbikes van de jeugd na. Amsterdamse fietsers rijden snel, zijn met veel en maken voornamelijk functioneel gebruik van de fiets. Er is geen enkele stad in Vlaanderen waar zoveel gefietst wordt en vooral waar zoveel fietsen op straat geparkeerd staan als in Amsterdam. Rond 16 uur bereikten we het vondelpark waar enkele fietsassen doorkruisen. Hier konden we de uittocht meemaken van de scholen en het woonwerkverkeer en ervaren hoe hoog het fietsaandeel in die verplaatsingen is. Ik kon ze niet tellen maar het waren er meerdere per seconde. Morgen zou ik ze tellen. Dergelijke stromen zie je slechts op enkele plaatsen in Vlaanderen, zoals de ochtendlijke scholierenstroom van Oud-Turnhout die de ring kruist naar de stad, de fietsweg Coupure links onder de Rozemarijnbrug in Gent en de Posthofbrug naar het station van Berchem. Het vondelpark valt volgens de verkeersborden aan de ingang onder de verkeersregels van een voetgangerszone en heeft als onderbord “Fietsen alleen op asfaltpaden toegestaan” en een rood verbodsbord met afbeeldingen van alles wat verboden is: bromfietsen, verkoop, tamtams, barbecues en luide muziek.  Er zijn wandelpaden naast de asfaltweg met gelukkig op regelmatige afstanden banken. De asfaltweg splitst zich soms en dan moet je de stroom fietsers kruisen die in alle richtingen rijden. Na schooltijd zien we pas kinderen op de fiets meegevoerd of spelend in het park.  Schoolkinderen waren tot dan opvallend afwezig in de stad. De grasvelden in het park lagen vol mensen, koppels, groepjes, waarvan enkelen hun muziekboxen lieten schallen over de vlakte. Onze wandeltocht door het park duurde dik een half uur. Onderweg zagen we slechts twee fietssters met een fietshelm en een kind met een helm. De fietshelmen waren allemaal in fluo. Ondertussen passeerde er 5 keer een politiewagen en patrouilleerden twee politieagenten te fiets. Er werd streng geverbaliseerd. Enkel de fietsers werden geviseerd. Op een kordate manier werden bepaalde fietsers tegengehouden omdat ze met een gsm in de hand aan het fietsen waren, of omdat er een tweede volwassene werd meegevoerd voor op de fiets.  We zochten het op: Het kost je 179€ boete als je betrapt wordt op fietsen met een gsm in de hand. Oortjes en koptelefoon zijn toegelaten als je anderen niet hindert en het omgevingsgeluid nog hoort. Gsm gemonteerd op je stuur om te navigeren mag wel en handsfree mag ook. Iemand met een koptelefoon op werd ook tegengehouden, wellicht omdat hij een geluidsspeler of gsm in de hand had om door de muziek te scrollen. De dag nadien, was het zaterdag en dat gaf een totaal ander verkeersbeeld in het vondelpark: de fietsers waren vrijwel afwezig. Dit keer moest je bij het oversteken van de asfaltweg rekening houden met grote getalen overwegend in het zwartgeklede joggers, meestal in groep. Individuele joggers waren ook talrijk en hadden vaak een hond mee. Het park was omgetoverd tot de place to be om te sporten. Gesport werd er meestal in groepen. Naast lopen was er voetbal, gewichtheffen, boksen, dans met muziek. Er werd aan begeleide Tai Chi gedaan door een groep dames en één man, allen met een koptelefoon op. Na het parkbezoek ging de wandeling door de Jordaan, een volksbuurt met naast de drukkere winkelassen langs de grachten, de smalle dwarsstraatjes en parallelstraatjes. Om te lopen was het kiezen voor de drukke stoepen langs de winkelassen vol met terrasjes en geparkeerde fietsen en de tegenliggende voetgangersstroom of de rustige achterliggende parallelstraatjes. Maar daar moest je weer op straat lopen want de smalle stoepen hebben de bewoners zich toegeëigend en zijn als voortuin op straat ingericht door er naast de privé-stoepjes met trappen, de tegeltuintjes, een bankje en de obligate potten met planten neer te zetten waarbij de rest opgevuld wordt met een bakfiets, gewone fietsen, vaak dwarsgeplaatst aan gesloten straatwanden en de obligate smalle elektrische wagentjes. In een rustige straat is het niet erg om dan op straat te lopen als de auto’s en de snelle fietsers je niet dwingen om voortdurend aan de kant te gaan. Woonstraten vragen om een ander regime. We zagen maar één straat die geknipt was en als gezellig pleintje was ingericht. Er zijn wellicht meer van die goede voorbeelden. Langs drukkere ontsluitingswegen zijn de stoepen vrij maar zijn ze smal en soms te steil. De dwarshelling van de kleiklinkers is zo hoog dat iedereen op de vlakke brede boordsteen van 30cm begint te lopen. Als er geen boordsteen is, staan er amsterdammertjes tussen straat en stoep in dezelfde klinkers. De ruimte achter de paaltjes blijft langs drukker wegen vrij maar wordt in woonstraten. 

Bij de fietsen waren er veel swapfietsen te zien, te herkennen aan hun blauwe voorband en een arsenaal omafietsen en veel designfietsen, steevast in het zwart en met geïntegreerde bekabeling, ronde of verticale ledlichten en geïntegreerd display en batterij. Je ziet niet dat het elektrische fietsen zijn. De designmerken Van Moof, Cowboy, Tenways en Veloretti waren sterk vertegenwoordigd. De Amsterdammer fietst als het kan blijkbaar ook graag chic. Het heeft wellicht te maken met diefstal- en vandalismepreventie. Je ziet geen fietsen met een vast display. Er zijn natuurlijk weinig e-bikes maar wat je ziet zijn designbikes met geïntegreerde schermpjes of de fatbikes. Fietstassen zijn zeldzaam, misschien neemt men ze af maar ook rijdend zagen we die vooral bij toeristen. Bagagedragers zitten meestal vooraan en veel fietsen dragen daarop een bakje. Men winkelt met de fiets. Natuurlijk rijden er veel bakfietsen maar ze vallen – in het overtal van gewone fietsen – minder op dan in onze steden. Ook de longtale fiets was er wel, maar slechts in kleine aantallen. Amsterdam is als stad met smalle straatjes en gering aantal bovengrondse parkeerplaatsen het mekka voor de kleine elektrische microcars, die we vroeger bromfietsauto’s noemden omdat ze maar 45 km/u kunnen rijden. In Nederland mogen ze dwars geparkeerd worden op de parkeerstroken en zie je ze ook tussen de wagens ingewrongen, net zoals de Vespa’s in Rome tussen de geparkeerde wagens. Hier spande het merk Biro de kroon, een tweepersoons microcar, maar er rijden ook smallere eenpersoonsversies die een beetje op elkaar geperst lijken. De Citroën Ami of de identieke Opel Rocks zijn talrijk, maar de Amsterdammers gebruiken ook de designversie van die wagen: de Fiat Topolini, die vooral in de rijkere buurten staat.  Microcars zijn ook ideale firmawagentjes die voor eigen advertising gebruikt worden. We zagen maar één fietsauto rijden: de CityQ. Tenslotte, om met een ecologische noot te eindigen: de rondvaartbootjes zijn geruisloos want elektrisch en onder de brugjes voer ook een open transportplatformboot met blikjes en flesjes drank voor de horeca. Het water wordt dus ook als transportdrager gebruikt.  Een mooie stad, een bezoek waard. In de horeca en de galerijen is men heel vriendelijk en je wordt er ook begroet op straat. Echter om sociaal te wandelen, met twee naast elkaar, hand in hand, daarvoor ontbreekt vaak de ruimte. Na twee dagen 11 km per dag geslenterd te hebben door de stad voelden we het wel in onze ledematen. De boottocht werd geskipt en we probeerden een vroegere trein te halen. De toegangspoortjes aan het station hielden ons net als bij het toekomen tegen. Het was een gelijkaardig systeem dat wij enkel op de luchthaven van Zaventem kennen. Nadat een behulpzame passant ons uitlegde dat we de barcode van ons digitaal toegangsticket best wat groter maakten zodat het apparaat het beter kon lezen. Dat lukte en door de trein vroeger konden we onderweg de uitzonderlijk grote rode zon nog zien wegzakken in de zee. 

Reacties

Plaats een reactie

Is dit je nieuwe site? Log in om beheerdersfuncties te activeren en dit bericht te negeren
Inloggen