Hoe kan je een fietsstraat buiten bebouwde kom laten werken?

Dat was de opgave deze week.

Stel je hebt een 6,5 meter brede, min of meer rechtlijnige weg in asfalt met goten, naast een groot open veld of een boskant, maar in ieder geval zonder bebouwing, zonder sociale controle, waar ook vrachtwagens op rijden. Dat moet een fietsstraat worden. Welke varianten zijn er mogelijk? De eerste reactie is: een fietsstraat buiten bebouwde kom, zonder sociale controle, dat werkt niet. 

We zitten hier niet op een ruilverkavelingsweg van 3m breed, evenmin de verbeterde versie ervan, het hedendaagse karrespoor: een tweestrokenpad. Je kent ze wel: die twee betonstroken van net geen 1m breed met een tussenstrook in grond, gras of grint dat begroeid wordt. Ondingen voor de fiets die hier naartoe geleid wordt door het fietsknooppuntennetwerk. De stroken zijn smal genoeg voor een gewone fiets maar met een fietskar erachter, een bakfiets of een fiets met vier wielen, horen ze minstens 1,2m breed te zijn en dan nog zijn ze asociaal want je kan niet met twee naast elkaar blijven rijden als er tegenliggers of voetgangers aankomen. Dan praten we nog niet over kruisend gemotoriseerd verkeer. Een tractor in tegenrichting maakt dat je moet afstappen en in de berm moet staan wachten. Dat is niet de situatie die we nu voor ogen hebben: een brede asfaltweg ombouwen.

Als je in de Martelarenlaan in Leuven of in de Dorpsstraat van Peer bent kan je een nieuwe weg maken met twee betonstroken van 2m breed, gescheiden door een kasseistrook van 80cm of meer, maar dat kost hopen geld en gaat dit in open veld werken met een bordje fietsstraat ernaast? Neen. In Nederland wel, daar mag je een fietser inhalen in een fietsstraat en ook harder rijden dan 30. Dat is voor een volgende blog. Mijn Nederlandse lezers mogen echter verder lezen want elke volgende oplossing werkt ook in Nederland. Mocht er een Noorse lezer dit volgen dan hoeft die niet verder te lezen want blijkbaar is men in Noorwegen zeer plichtsbewust als het gaat over regels volgen. Je voordeur of je wagen hoeven daar niet afgesloten te worden, begreep ik. Dus men zal de verkeersregels daar ook wel volgen uitgaande van een verkeersbord. In België zijn er nog steeds gemeentebesturen die geloven dat als je een verkeersbord Zone 30 km/u bij het inrijden van een wijk plaatst, de weggebruikers kilometerslang door die wijk 30 km/u blijven rijden, ook al is de straat 6- 7m breed. Van bij het begin van de verkeerscampagne Zone 30, meer dan 40 jaar geleden, gaven we al aan dat naast juridische maatregelen, wegbeeld en handhaving, hand in hand moeten gaan, wil je een goede navolging krijgen van het gewenste verkeersgedrag. Dus een bordje fietszone plaatsen naast een weg van 6 meter breed, zal niet beletten dat de fietsers worden ingehaald en snelheden hoger dan 30 km/u worden gereden. Dus probeert men lopers voor de fietsers uit te rollen op die straten: 4m brede slemlagen of 2, liefst twee meter brede slemlagen zoals de fietssuggestiestroken zouden moeten zijn, of zoals in Kalmthout een goedkopere oplossing met een smalle slemlaag in een lichtere tint in het midden aanbrengen. Het moet er enkel uitzien alsof er twee fietslopers op de weg zitten. We hebben filmpjes gepost over fietsstraten in de bebouwde kom die te breed zijn en niet werken: de Kunstlaan in Hasselt bijvoorbeeld. Een brede 2X1, brede middenberm, 4m brede rijstroken met een centrale fietsloper. De fietsers rijden rechts van de rode loper, tegen de geparkeerde wagens, in de zone van opengaande portieren om maar het signaal te geven aan de achteropkomende wagens: ‘Rij me maar voorbij, de weg is breed genoeg.’ De omgekeerde wereld. Als de rijstroken smaller waren zou het wel werken.

Ooit hadden we in een doortocht een goede oplossing gemaakt, zonder slemlaag: de doortocht van ’s Herenelderen N758 in Tongeren. Daar in de Elderenstraat werden twee stroken asfalt van 275cm elk, gescheiden door een betonnen greppel van 40cm (als ik de betonstraatstenen goed geteld heb op de foto in streetnet) . In totaal bijna 6m breed, maar wel met een duidelijke scheiding in twee brede stroken. Dat was een goede oplossing voor gemengd verkeer. Er waren geen fietsstroken nodig op de smalle asfaltstrook.  Autobestuurders zagen onmiddellijk dat ze de fietser niet konden passeren zonder over de middengoot te rijden. In Opglabbeek heeft men dat later in de doortocht van N730 (Centrumstraat) ook toegepast met nog krappere maten: een centrale goot van 50 cm in beton en twee asfaltstroken van 250 cm tussen afgeschuinde lage boordstenen van het fietspad. Daar was wel een fietspad mogelijk.

In mijn opleiding als ontwerper leerde een socioloog me hoe de mens zich in zijn gedrag liet beïnvloeden door fysieke elementen in zijn omgeving. Dat probeerde ik ook in mijn filmpjes te illustreren. Ergonomie is het aanpassen van de omgeving aan de mens maar het omgekeerde werkt ook: de mens die zich aanpast aan de omgeving. Klassiek voorbeeld: trappen en lage muurtjes nodigen je uit om te gaan zitten. Het gaat dan over: in de omgeving verborgen verleiders. De smalle stroken asfalt zijn uitnodigend. Je wil op die stroken blijven rijden. Het verlaten van die stroken wordt als een bewust manoeuvre ervaren vooral omdat de centrale goot, vooral als ze uitgehold is, naast een geleidelijn ook een te vermijden obstakel wordt. De detaillering van die goot is van groot belang.

Kunnen we die kennis niet gebruiken om fietsstraten te laten werken buiten de bebouwde kom? Fietslopers zijn op zich niet dwingend genoeg. We hebben een fysiek dwingend element nodig dat ervoor zorgt dat de auto’s op een smalle strook steeds achter de fietsers blijven rijden niet alleen bij tegenliggend verkeer. Een onmogelijke opgave?

Je kan een smalle weg maken waarop je niet kan inhalen of kruisen en uitwijkstroken voorzien waar je tegenliggers kan kruisen. Dat betekent vaak de bestaande weg halveren en stukken laten liggen om te kruisen. De vraag is dan: om de hoeveel meter moeten die uitwijkstroken voorzien worden en hoe lang moeten ze zijn? Dat hangt af van de intensiteit van het verkeer, de hoeveelheid vrachtverkeer, de ontmoetingskansen dus en de zichtlengte. Verbredingen voor vrachtwagens, moeten dan minstens zo lang zijn als een vrachtwagen en gaan lijken op de maat van bushavens.

Een rijweg van 3 meter is een goede maat, breed genoeg om als fietsduo een tegenliggende fietser te kruisen en de wagen blijft mooi achter de fietsers. Smaller (2,75m) is nog beter om het inhalen te beperken maar dan doen we afbreuk aan de ruimte voor de fietser. De rijweg verbreden naar 4 meter in een fietsstraat die onderdeel vormt van een fietssnelweg, met het argument dat een fietssnelweg 4m breed moet zijn, is geen goed idee omdat een wagen dan de fietser kan inhalen. Bij die maat werkt het systeem niet dwingend meer. Met een smalle rijbaan heb je wel uitwijkstroken nodig om te kunnen kruisen, die geef je best het uitzicht van een berm zodat de fietsers op de strook van 3 meter kan blijven rijden. Ingeval van de verbreding in dezelfde verharding als de rijweg wordt uitgevoerd plaats je er best een randlijn op om te vermijden dat de fietsers op deze verbreding naar de rechterkant moeten uitwijken en later in de knel kunnen komen als ze terug uitwijken naar de wegversmalling. Om die reden worden de verbredingen best naar beide zijden gemaakt en niet enkel naar één zijde. Dat helpt ook mooi om het dakprofiel van de weg te behouden. 

Een fietsstraat met modelinrichting in betonstroken en een tussenstrook in kasseien zo breed maken dat vrachtwagens overal kunnen kruisen (ong. 5,5m) werkt niet in een open ruimtegebied. Het kost je bovendien de aanleg van een nieuwe weg die smaller is dan de bestaande. Je wil niet iets dat duur is en niet werkt. Dan schiet je het doel voorbij. Hoewel het plaatje wettelijk en functioneel klopt, met het bordje fietszone en parkeerverbod erlangs, het gaat niet werken. Niet over 300m, zelfs niet over 150m. Zijn er andere oplossingen die wel werken? Over die opgave begon ik te piekeren tot ik op een mogelijk betere en goedkopere oplossing kwam. Als de weg vandaag breed genoeg is om alle kruisingen van ook brede voertuigen mogelijk te maken, waarom laten we die weg, met zijn goten dan niet liggen en werken we iets uit binnen die maat, met minder opbraakwerk? 

De goten moeten weg, het regenwater moet in de berm infiltreren. 

Maak dan van die goten een platte strook beton. 

Dat kan. Maar dan wordt de weg nog breder! 

Inderdaad, dus dat moeten we compenseren in het midden. 

Iedereen kent toch een weg met een middenberm. Laten we een smalle 2X1 maken. 

Wat als we in het midden van de bestaande weg een fysieke barrière maken, die weliswaar verhoogd maar overrijdbaar is en dus afschrikt? Een tonronde strook in kasseien zoals in de fietsstraten met twee betonnen stroken, denk je dan. Neen, dat is niet dwingend genoeg. 

We zoeken een ingreep die de auto’s dwingt achter de fietser te blijven. 

Het moet eruitzien als een middenberm, dus met een boordsteen, een afgeschuinde boordsteen, net zoals we die aan de zijkant zetten om een fietspad of stoep af te bakenen. Een oprijdbare boordsteen die gewoonlijk met de neus 2cm boven het asfalt uitsteekt en dan een 5cm hoog schuin vlak heeft of een afgeronde vorm, als het maar een verhoging is die op een stoeprand lijkt.  

De opvulling tussen de boordstenen wordt best ondoordringbaar gemaakt voor water, hoewel een kasseistrook of een klinkerstrook het beste – naar een middenberm verwijzende – wegbeeld oplevert, zal men tegenwoordig eerder voor printbeton opteren of een goedkopere – een meer verkeerstechnische oplossing – met een betonnen glijbekisting de vorm in een keer ter plaatse vormen. We willen niet aan de fundering van de bestaande weg raken. Vrachtwagens en personenwagens kunnen kruisen zonder kans op een aanrijding als ze beiden op hun strook blijven. 

Wat is de juiste maat voor die middenberm? Het is een restmaat die afhangt van de wegbreedte en de breedte van de rijstroken.  Als de weg in rechte lijn verloopt kunnen de rijstroken 250cm breed zijn. De banden van een vrachtwagen staan niet tot op de rand van de carrosserie die 250cm breed is. Eventueel kan de platte band als speling voor de vetergang gebruikt worden. In bochten is rijstrookverbreding nodig. Dan blijft er op een weg van 6m breed nog ongeveer 1m over voor de middenberm. In kleine elementen uitgevoerd is dat 20 cm voor de boordstenen en 60cm voor de opvulling. 

Gaat dit werken? Misschien moeten we dat vanuit het standpunt van een gehaaste autobestuurder bekijken of gewoon van iemand die vindt dat hij toch niemand kwaad doet door een fietser in te halen in een fietsstraat tegen 50 km/u. 

Een automobilist die een fietser toch wil inhalen kan over de middenberm rijden, eventueel slechts met twee wielen. Echter de wettelijke passeerafstand ten opzichte van een fietsers bij inhalen of kruisen is 150 cm op een gewone weg buiten de bebouwde kom. Tel daar de breedte van de fietser bij en je hebt ongeveer 220 cm nodig voor de te vrijwaren zone als er één fietser rijdt. Een fiets met fietskar of lading mag max. 1m breed zijn. Dat betekent dan 250 cm ruimte vrijlaten voor de fiets. Dan kom je er niet met twee wielen op de rechterrijstrook. Je moet al op de rijstrook van de tegenligger gaan rijden en dan stoor je de fietser ook minder. Dat is ook wat men zou moeten doen als er twee fietsers voor je rijden. Op een gewone weg dus, want wat hier beschreven wordt mag natuurlijk niet in een fietsstraat in België. In Nederland wel. Wie die regel over niet inhalen overtreedt, zal zich wellicht niet storen aan de wettelijke passeerafstand. Hopelijk wel. We zien echter op smalle wegen veel automobilisten die fietsers rakelings inhalen, liever dat dan met twee wielen naast de weg te rijden.  

Willen we vermijden dat wagens gaan inhalen via de middenberm dan moet de middenstrook nog dwingender gemaakt worden en kunnen er paaltjes, katafootpaaltjes bijvoorbeeld, in het midden worden geplaatst. Als we daarop echter een bord D1 moeten plaatsen voldoen we – afhankelijk van de breedte van deze zone – soms niet aan de schrikafstanden ten opzichte van de voertuigen. Plooipaaltjes dan maar. 

Dit profiel werkt ook het parkeren op straat tegen. Iedereen ziet dat je dan de doorgang belemmert. Het maakt een parkeerverbod overbodig, indien er parkeerdruk is. 

Hoe beter de middenberm er als een echte – weliswaar verharde – middenberm uitziet, hoe beter de oplossing gaat werken.  Als je een nieuwe weg moet aanleggen kan je wel de centrale zone waterdoorlatend maken. 

Dat lijkt een goede oplossing maar heb je ook een voorbeeld van een realisatie? 

Kunnen we ergens gaan kijken om te zien hoe het werkt? 

Daar weet ik het antwoord nog niet op. 

Dat is het nadeel als je iets bedenkt: tegenwoordig moet alles al bestaan of in vademecums beschreven worden. Ik kom uit een pioniersgeneratie van verkeerskundigen die alles zelf dienden uit te zoeken en beredeneren. Tegenwoordig wil men oplossingen aflezen uit vademecums of toepassingen overnemen. Die luxe hadden wij niet. Wij moesten zelf richtlijnenboeken opstellen en naar Duitsland en Denemarken gaan om doortochten te bekijken. 

Misschien bestaat deze oplossing wel ergens, in een andere vorm, met een haagje of een grasstrook in het midden bijvoorbeeld. 

Voorbeelden mogen steeds toegestuurd worden. 

Dank voor het lezen. 

Reacties

Plaats een reactie

Is dit je nieuwe site? Log in om beheerdersfuncties te activeren en dit bericht te negeren
Inloggen