
Vorige week was ik kritisch voor de Nederlandse fietsstraat omdat deze geen juridische ondersteuning biedt voor de positie van de fietser in tegenstelling tot de Belgische Wegcode. Nu is het de beurt aan de Vlaanderen. Hoewel het middel goed doordacht is, is dat niet meestal het geval met de toepassingen.
De fietsstraat in Vlaanderen is van straat naar zone geëvolueerd omdat de regelgeving niet afgestemd was op alle omstandigheden. Een fietsstraat liep tot een kruispunt terwijl er soms voordien al een fietspad werd aangelegd waardoor de fietser van de fietsstraat af moest. Deze regel in de wegcode is aangepast . (#1Booster F113 Einde fietsstraat). De bedoeling was dat een fietsstraat die rechtdoor gaat, na een kruispunt nog verder kan lopen zonder dat er borden worden geplaatst. Nu de fietsstraat een zone is geworden, geldt de fietszone tot er een einde bord komt en dat kan enkele straten verder zijn. Daar loopt het nu mis. Er mag geen herhalingsbord geplaatst worden om de weggebruiker te attenderen dat de zone-regeling nog geldt. Waar de oude borden geplaatst zijn gebeurt dat nog wel omdat deze geldig blijven. In feite moet de wegbeheerder in een fietszone op een andere manier verduidelijken dat een wegvak deel uitmaakt van een fietszone. Dat kan door continuïteit van de fietslopers of door een het fietsstraatlogo op de straat te schilderen aan de toegangen. Er heerst nog steeds een opvatting bij de wetgever, de wegbeheerder en hun ondersteunende juridische- en politiediensten dat een bord alleen voldoende is om een gewenst rijgedrag af te dwingen. Toch kan de omgeving en de weginrichting in groot contrast staan met de verkeersregels, die een tijd voordien door een enkel bord langs de weg werden opgelegd. De weggebruiker krijgt andere signalen van het wegbeeld waardoor hij het bord vergeet. Hoe groter de tweespalt tussen weginrichting en regelgeving hoe minder draagvlak voor de maatregel en hoe minder navolging. De snelheidslimiet van een weg moet afgestemd zijn op het wegbeeld en omgekeerd. De wegbeheerder verschuilt zijn verantwoordelijkheid achter de wegcode en verschuift deze naar de weggebruiker. Dat is de reden waarom er zoveel verkeersongevallen blijven gebeuren. De wegbeheerder ontwerpt onveilige wegen en de weggebruiker moet toch steeds aangepast kunnen reageren. Dat hoofdthema nemen we steeds mee in talrijke voorbeelden, vandaag is dat de fietszone. (101Boostersvoorfietsers #3 Ontwerpaanbeveling 71: Maak fietsstraten beter herkenbaar.)
In het algemeen worden Fietszones in Vlaanderen te vaak toegepast zonder het wegbeeld aan te passen, net als de Zone 30 of de agglomeraties. Een fietsstraatlogo aanbrengen aan het begin van de zone is een eerste stap maar op zich onvoldoende. Over de hele lengte van een fietszone moet deze een duidelijk signaal geven aan de weggebruiker dat men zich nog steeds in een fietszone bevindt en inhalen van een fietser niet mag. Een aslijn aanbrengen op welke wijze dan ook, dwingend of met een suggestie in de vorm van een gekleurde lijn of een bredere slemlaag in een andere kleur. Dat zijn goedkope ingrepen, eenvoudig aan te brengen en minder duur dan een rode loper of fietssuggestiestroken over de hele lengte.
De wegbeheerders liggen er niet wakker van of de maatregel ook effectief werkt. Men heeft zijn handen in onschuld gewassen door een bord te plaatsen. De weggebruikers moeten de regels maar volgen. Welke andere signalen vanuit het wegbeeld zij ook ontvangen na het passeren van dat wettelijke bord is het probleem van de weggebruikers. Voeg daar nog bij dat handhaving meestal ontbreekt. Op die manier is de toepassing van een Fietszone in Vlaanderen in de praktijk net als in Nederland verworden tot een symbool voor het gemeentebestuur om aan te tonen dat ze ‘iets heeft gedaan voor de fietsers.’ Een bord plaatsen is niet voldoende, ook de weginrichting moet aangepast.
Hierna bespreek ik één fietszone. Dit is maar één voorbeeld.
Casestudie
Willem Coosemansstraat/Martelarenlaan Kessel-Lo Leuven


Een archetype van een goede fietsstraat is het tweestrokenpad in beton, elk twee meter breed, gescheiden door een strook in een ander materiaal: tegels of kasseien. Het eerste voorbeeld was Peer Markt (tweerichtingsverkeer), een nog mooier voorbeeld is de Martelarenlaan te Leuven die slechts een éénrichtingsweg is en dan smaller kon zijn. De Martelarenlaan in Kessel-Lo werkt goed. Minpunten zijn de nabijheid van een muur en te lange dwarsgeparkeerde wagens die uitsteken over fiets-of voetpad.
Deze straat maakt ook deel uit van de fietssnelweg Leuven-Tienen F24. Hier werden de oude borden Fietsstraat (nog geldig tot 1.01.2035) gebruikt. Ze werden herhaald na elk kruispunt, wat binnen een zone niet meer moet. Hier zijn ze geplaatst of blijven staan omdat er twee zijstraten op toekomen waarvan de gebruikers dan hier het begin van de fietsstraat ontdekken. Alleen ontbreekt naar die zijstraten een einde zonebord. Vroeger heeft daar een begin- en eindebord gestaan. Die zijn om onduidelijke redenen weggehaald.
Sinds 1 april 2023 is een fietsstraat een fietszone. Een fietszone begint met een blauw verkeersbord (F111) met daarop een witte fietser en een rode auto. Vroeger eindigde een fietsstraat (die geen zonale geldigheid had) bij het volgende kruispunt, maar sinds de aanpassing van de regels op 1 april 2023 werd dat geschrapt. De fietszone eindigt nu bij hetzelfde verkeersbord met de fietser en de auto, met een rode streep erover (F113). De verkeersborden met de vermelding ‘fietsstraat’ blijven nog tot eind 2034 geldig. Nieuwe fietszones zullen meteen het juiste verkeersbord krijgen. Dat betekent dat een fietszone doorloopt, ook in alle zijstraten en dat tot men een eindebord tegenkomt.
In de zijstraten van de Martelarenlaan staan geen einde fietsstraat borden. Waar stopt de fietszone dan als men die straten indraait? Die stopt niet, want men komt geen bord meer tegen. Dat betekent dat deze fietszone onvolledig is afgebakend. Een automobilist die van de Martelarenlaan naar de Willem Coosemansstraat afslaat zou kunnen denken dat dit net als de zijstraten van de Martelarenlaan een straat is die geen fietsstraat meer is. De bestuurder heeft aan het begin van die zijstraat geen herhalingsbord fietsstraat ontmoet. Bij een verbalisatie zou een automobilist tegenover de politierechter kunnen argumenteren dat hij deze zijstraat is ingereden en dat er bij de zijstraten voordien: de Stijn Streuvelslaan en Pieter Nollekensstraat , evenmin einde borden stonden en hij dus misleid is geworden door ontbrekende signalisatie.
In de Martelarenlaan gaf het wegbeeld duidelijk een signaal dat men in een fietsstraat reed en door de herhaling van die borden na elk kruispunt bleef men dat ook bevestigen. Maar deze inrichting stopt aan het derde kruispunt.

Op het vervolg van de fietsstraat Martelarenlaan moeten de wagens op het kruispunt met de Karel Schurmansstraat/ Willem Coosemansstraat, na een bocht van 180° verplicht rechtsaf rechtsaf de Willem Coosemansstraat inrijden. Hier komen ze net als in de zijstraten in een straat terecht die niet werd heringericht. Deze is ook eenrichting tot aan de Spaarstraat .
Nadien wordt deze breder en kent ze autoverkeer in beide richtingen. Dat de Fietszone in de Willem Coosemansstraat nog doorloopt was beter herhaald op een of andere wijze: hetzij op dezelfde manier als aan de zijstraten van de Martelarenlaan met een beginbord Fietszone aan de rechterkant hetzij -met voorkeur -door een fietsstraatlogo op de grond omdat het wegbeeld wijzigt. In deze straat worden de fietsers dan ook vaak ingehaald. De automobilisten weten niet meer dat zij zich nu in een fietszone bevinden of ze vinden dat er ruimte genoeg is voor beiden. Slechts op het einde van de Willem Coosemansstraat staat het einde Fietszone bord ter hoogte van het kruispunt met de Prins-Regentlaan, verscholen in een haag. Ondertussen krijgen de weggebruikers geen signalen meer dat zij zich nog in een fietszone bevinden. Hier, net waar het nuttig was, plaatste men minder borden.

Wanneer aan de stad gevraagd werd de fietszone te verduidelijken met een fietsstraatlogo aan het begin van de Willem Coosemansstraat en het eindebord meer zichtbaar te maken, gaven zij als antwoord dat een fietszone enkel wordt aangeduid met een fietsstraatlogo aan het begin van de fietszone en dat het einde bord nog goed zichtbaar is. Hiermee bevestigt de verkeerscommissie dat zij het probleem niet erkent en schuift ze een standaardmaatregel naar voor die ze zogezegd overal zouden navolgen maar dat in de praktijk niet doen. Ze zijn niet bezig met evaluatie van de ingrepen die ze zelf doen. Er is geen kwaliteitszorg om die maatregelen zo effectief mogelijk te maken. Door deze algemene omschrijving antwoorden zij evenmin op de vraag of ze de regel over dat logo in die betreffende fietszone wel toegepast hebben. Dat zie je een overheid vaak doen: een algemeen antwoord geven over een intentie om niet te moeten antwoorden op een probleemsituatie. Men bekijkt elke klacht als een vraag naar een maatregel en geeft een argumentatie om niet te moeten ingaan op de vraag. Mogelijk weegt eén enkele melding voor een stad niet zwaar genoeg als er verder geen reacties richting stad komen van gebruikers of bewoners.
Voor de aanduiding van de fietszone zijn er twee verschillende systemen gebruikt: de oude borden fietsstraat voor de Martelarenlaan en de nieuwe borden fietszone voor de Willem Coosemansstraat. Als we de plaatsing van de borden in het voorbeeld in detail gaat analyseren merken we de overgang tussen fietsstraat- en fietszone-borden.
De nieuwe beginborden fietszone staan enkel aan de overgang fietspad Martelarenlaan aan de kant van het station voor men op het kruispunt Karel Schurmansstraat/Willem Coosemansstraat komt. In alle verdere zijstraten Karel Schurmansstraat, Spaarstraat en Lovensvelstraat staan begin- en einde zoneborden. (Uit de Karel Schurmansstraat en de Lovensveldstraat mogen enkel fietsers en bromfietsers klasse A komen.) Als men hetzelfde systeem van de Martelarenlaan had toegepast was er wel een beginbord/herhalingsbord Fietsstraat aan het begin van de Willem Coosemansstraat en na kruispunten geplaatst en kreeg de automobilist een duidelijk signaal dat ook deze straat een fietsstraat was. Het wordt aanbevolen voor dezelfde fietszone eenzelfde systeem te hanteren en dit ook waterdicht te maken.
De standaardmaatregel om bijkomend een fietsstraatlogo aan het begin van een fietszone te plaatsen zoals de provincie dat ook op alle fietssnelwegen voorstelt, wordt door de stad- in tegenstelling tot hun bewering – in de praktijk niet overal toegepast. In deze zone Martelarenlaan/Willem Coosemansstraat, wordt het fietsstraatlogo op geen enkele toegang geplaatst. Enkel op de Martelarenlaan die Fietssnelweg is staat een driehoekig logo van een Fietssnelweg op de vloer maar geen logo van fietsstraat. Ik ben ervan overtuigd dat er nog talrijke ingangen zijn van Fietszones in Leuven die niet duidelijk worden aangeduid. Bovendien is één fietsstraatlogo bij een bord onvoldoende.
En tot slot de ontnuchtering:
Tijdens een testrit om de situatie te analyseren sprak ik een bewoner aan die met een gezapige tred op een niet-elektrische fiets de Willem Coosemansstraat inreed vanaf de Prins-Regentlaan.
Of hij vond dat de wagens hem hier vaak inhaalden?
Hij dacht even na.
‘Jij bent daar veel mee bezig,’ zei hij. ‘Ik lig daar niet van wakker. Als ze dat aan een traag tempo doen hindert me dat eigenlijk niet. Ik vind dat de automobilisten hier zeer hoffelijk zijn tegenover de fietsers. Ik stoor me meer aan het rijgedrag van een aantal fietsers, hun snelheid, inhaalgedrag en het feit dat ze te weinig aandacht hebben voor voetgangers.’



