9. Fietssuggestiestroken niet gesmaakt door AWV

In het herziene fietsvademecum worden fietsuggestiestroken weggeschreven.

Binnenkort verschijnt een nieuwe herziening van het fietsvademecum. Positief is dat de aanpassingen nu sneller gebeuren dan in het verleden. Zo kan men korter op de bal spelen. 

Toch moet er gewaakt worden dat alle fietsmodellen aan bod komen. Dat merkten we nog eens bij het voorstel voor een typeprofiel van het tweesporenpad in landelijke gebieden. Een minimummaat van 1m is volgens ons te beperkt voor brede fietsen met 3 tot 4 wielen of met een fietskar als aanhanger. Een fiets met meerdere wielen komt steeds vaker voor en mag 1 meter breed zijn.  Een tweesporenpad met stroken in beton van 1m breed is al een asociale maatregel omdat je niet met twee naast elkaar kan rijden. Bij elke tegenligger moet je terug achter elkaar schuiven. De 1m brede strook wordt snel ingenomen door overgroeiende beplanting. Daardoor past een bakfiets of een fietskar al snel niet meer op de verharding. Aangezien het onderhoud vooral in de meimaand achterwege blijft – als het recreatief fietsgebruik toeneemt – kan een dergelijke toestand lang aanhouden. 

Een ander soort fietsloper wordt ook in gemengd verkeer toegepast. Alleen gelooft AWV hier niet in. AWV is ook vooral bezig met verkeerswegen en gescheiden fietsvoorzieningen. In nieuw projecten zien we dat de aandacht van de gewestwegbeheerder vooral gaat naar doorstroming eerst voor het gemotoriseerd verkeer: breedte van rijstroken, aantal rijstroken en afslagstroken, busbanen en dan pas voor de fiets – hoofdzakelijk in de lengterichting van de weg waar men ook veel aandacht heeft om geen goten op hun route te leggen maar waar veel minder aandacht voor de dwarsende fietsers). Dat deze visie ten koste gaat van de voetgangers, ondanks het nieuwe vademecum voetgangersvoorzieningen (waar ik ook nog een blog over moet schrijven) wordt nog eens bewezen in de heraanleg van het pilootproject Diestsesteenweg N2 en de aanpalende Leuvensestraat in Kessel-Lo waar het leven weggesaneerd wordt door de smalle stoepen en het verdwijnen van ruimte voor fietsparkeren en elke uitrijdende wagen aan de zijstraten en garage-uitritten het fietspad moet blokkeren om uitzicht te krijgen met nieuwe dodehoekongevallen als gevolg.

De inrichting van wegen voor gemengd verkeer is geen corebusiness voor AWV. Fietssuggestiestroken en daarmee gemengd verkeer worden dan ook in het nieuwe fietsvademecum niet als een alternatief voor gescheiden fietsverkeer gezien. Voor een aantal verkeerswegen is dat terecht maar blijkbaar laat AWV in de praktijk liever tweestrookswegen zonder fietsvoorzieningen en moordstrookjes in 70 km/u gebieden bestaan. Ergerlijk is dat wegen gerenoveerd worden en een nieuwe fundering en asfaltlaag krijgen waarbij deze niet conforme fietsvoorzieningen gewoon op de oude maat van 50 jaar geleden behouden blijven. Renovatieprojecten ontsnappen zo aan elke vorm van kwaliteitszorg of verkeersveiligheidsaudit en dat in een tijd waarin de overheid naar zero ongevallen met kwetsbare weggebruikers streeft. Deze praktijk is een aanfluiting van de doelstellingen inzake verkeersveiligheid. 

Aangezien de nieuwe teksten nog niet gepubliceerd werden is het onduidelijk of de fietssuggestiestroken nog worden behouden of bemaat. Op de overgangen van fietspaden naar menging ontbreken alvast de aansluitende fietssuggestiestroken, waar deze net de overgang tussen scheiding en menging in de verf kunnen zetten naar de automobilist toe. Fietslogo’s op de weg worden met tegenzin wel toegevoegd maar fietssuggestiestroken blijven achterwege. Ik hoop dat als de fietssuggestiestroken wel beschreven zouden worden, de voorstellen van maatvoering achterwege blijven. Deze zetten de ontwerpers gewoon op het verkeerde spoor. De uitleg om fietssuggestiestroken uit te rangeren is dat zij geen goed alternatief zijn voor fietspaden en dat zij blijkt uit Vlaams onderzoek weinig effect zouden hebben op het verkeersgedrag. In Nederland blijkt er wel veel onderzoek gebeurd te zijn naar fietssuggestiestroken en dat heb ik ook in mijn 2 handboeken vermeld. Fietssuggestiestroken zijn daar namelijk alomtegenwoordig hoewel ze in de praktijk als een vorm van scheiding tussen personenwagens en fietsers functioneren. Sinds de invoering van fietssuggestiestroken in de pilootprojecten van Openbare Werken werden deze aanvankelijk toegestaan als de rijloper ertussen 5m zou bedragen. Later is dat gewijzigd. Toch bleef er in de bemating van fietssuggestiestroken in het fietsvademecum een minimum rijloper van 200cm over in het midden van een rijbaan voor de doorstroming van de auto. Dat toont aan AWV het systeem van menging niet begrijpt. 

AWV geeft aan dat fietssuggestiestroken in bebouwde kom toch te smal zijn om twee fietsers naast elkaar te laten rijden, wat mag in de bebouwde kom sinds minister Dehaene dat heeft ingevoerd. (Reeds in een jaar waarin de jongste lezers hun rijexamen nog moesten afleggen) Hun conclusie: wat heb je er dan aan? Mooie voorzet voor mij om aan te geven dat die maat dan ook ondermaats was. 

Ik stel steeds een minimummaat van 200 cm voor de fietssuggestiestrook voor. Dan roept AWV dat er dan geen ruimte in het midden meer overblijft. Inderdaad. In een fietszone worden ook vaak twee stroken van 200 cm afgebakend en blijft er maar 80-100 cm in het midden over maar dat wil niet zeggen dat wagens niet elkaar of fietsers kunnen kruisen. Zij rijden gewoon op de andere strook. Bij brede fietssuggestiestroken in gemengd gebied (geen fietszone) mogen en kunnen ook fietsers worden ingehaald. De belangrijkste maat is de breedte van de weg die bepaalde inhaalbewegingen al dan niet toelaat. De ruimte in het midden die overblijft tussen de fietssuggestiestroken is niet meer dan een restzone maar heeft op zich geen specifiek doel. 

Een ander argument van AWV tegen de fietssuggestiestroken is dat van een wegbeheerder die geen maatregelen wil die te veel onderhoud vragen zoals hagen en dus ook fietssuggestiestroken. Het contrast verdwijnt en de slemlagen worden afgereden. Een van de eerste toepassingen van fietssuggestiestroken was Hoogzij in Genk waar de fietssuggestiestroken in beton werden aangelegd en de rijstrook ertussen in asfalt. Dat werkte zeer goed. 

Natuurlijk zijn er minder goede voorbeelden van fietssuggestiestroken: te smal, tegen geparkeerde wagens, hoekig verloop. 

AWV had de invulling van straten voor gemengd verkeer misschien beter kunnen overlaten aan Fietsberaad die naar verluid in de herziening enkel het hoofdstuk van fietsparkeren mocht invullen. In hun programma Fix de mix wordt veel kennis over gemengd verkeer verzameld hoewel mijn handboeken daarbij ogenschijnlijk niet geconsulteerd werden. 

Mijn argument voor 200cm brede fietssuggestiestroken is dat de fietsers de rechterhelft of 100cm nodig hebben om te fietsen, soms meer en dat de resterende 100cm de afstand is die de wagens moeten aanhouden tot de fietser bij inhalen of kruisen. De rand van de fietssuggestiestrook is dan een mooie geleide-lijn voor de automobilist die een fietser wil inhalen. Iedere verkeersdeelnemer laat zich namelijk leiden door geleidelijnen zoals aslijnen, goten, randlijnen, paaltjes, boordstenen. Die geleide-lijn ontbreekt wanneer enkel fietslogo’s of zoals in Brussel de Chevrons worden toegepast. De meerwaarde van fietssuggestiestoken is de aanduiding van de ruimte die de fietser nodig heeft als er twee naast elkaar mogen 

Volgens dezelfde redenering moet de markering van een middenrijbaanmarkering ook op 200cm van de kant worden geplaatst om hetzelfde effect te beogen.   

Fietssuggestiestroken worden verkeerdelijk gezien als een vorm van scheiding. Menging betekent dat de hele breedte van de rijbaan ter beschikking staat van het gemotoriseerd verkeer. Auto’s rijden rechts met twee wielen op de fietssuggestiestrook en als er een fietser is wijkt men uit naar links om die in te halen. Niemand rijdt op de middenstrook. Dat is de fatale fout van de middenrijbaanmarkering. Onze wegen zijn te smal om een echte middenrijbaan te maken en daarnaast voldoende ruimte voor fietsstroken. Gemengd verkeer is gemengd gebruik van de beperkte beschikbare ruimte. Gemengd verkeer in bebouwde omgevingen is een veiliger alternatief dan op die wegen fietspaden in de bermen te persen dicht langs perceelafsluitingen op bermen die eigenlijk nodig zijn om een perceel of een parking veilig te kunnen uitrijden.  In mijn ogen zijn fietssuggestiestroken ook een veiliger alternatief voor moordstrookjes omdat de automobilist met nadruk gewezen wordt op de ruimte die fietsers nodig hebben en de afstand die men ten opzichte van een fietser of voetganger moet aanhouden bij het inhalen. 

Reacties

Plaats een reactie