Wie in Frankrijk gaat fietsen kiest vaak voor de voie Verte. Dit maakt deel uit van een netwerk dat door de Europese Green Ways association gepromoot wordt. Ook de Waalse Ravels maken daar deel van uit. Op de viering van het 25-jarig bestaan van de Ravels te Namen – waar ik als enige vertegenwoordiger van de Vlaamse Overheid aanwezig was – beweerde deze organisatie dat Vlaanderen geen voies vertes kent. Toch wel, maar niet onder die naam. Net als de Ravels in het Waalse Gewest hadden wij – vooral in Limburg – fietsroutes op oude spoorwegbeddingen en op hetzelfde moment als de Ravel werd opgericht werd in Limburg het fietsknooppuntennetwerk uitgevonden, dat recent in het Franse Jura werd uitgerold. Wij raakten niet aan de Jura maar ontdekten als alternatief de Voie Blue die van Luxemburg tot Lyon loopt, 680 km langs het water van de Moezel of het parallelle kanaal.
Omdat we vanuit een stopplaats heen en weer-tripjes maken van 30 tot 40 km enkel, streken we eerst neer op de camping municipal in Manning en reden van daar eerst naar het noorden.
De route lag aan de overzijde dus even in het verkeer over de brug om dan de route langs de Moselle op te zoeken. Dat was rechtsaf rijden naar een buitenbocht in de weg. Gelukkig was het oversteken straks veilig omdat je in de buitenbocht goed zicht had op het verkeer. De fietsweg was niet breed, in asfalt zonder kantopsluiting. Er was weinig fietsverkeer op dit deel en het tracé was afwisselend. Onze vrije fietsbedding liep tot aan RD 64 waarop een afsluiting Weg Barré stond. ‘Ze gaan toch niet beginnen met de route af te sluiten,’ dachten we. Het bleek maar een afschrikmiddel. In Contz-les-Bains hernam de route de draad weer op tot aan de brug naar Rettel waar we tussen houten afsluiting en hoge betonnen afsluiting op een smal voetpad naar de overzijde konden. Daarna was het even zoeken naar het vervolg aan de overzijde van de Moezel. Langs een camping en het station van Sierck-les-Bains kwamen we op een 4m brede kade langs het water, zonder afsluiting. Aan de zijde van het dorp zat een hoge muur van de spoorlijn met lage doorgangen naar het dorp, voorzien van sluisdeuren. De eerste doorgang was doenbaar voor fietsers, de tweede was met trappen en na een steile helling kwamen we aan het einde van de route met een verplichte doorgang van ternauwernood 1m breed. Daarna volgt een laan met gemengd verkeer en kwamen we op het vervolg van Voie Verte, plaatselijk de Véloroute Charles le Téméraire genoemd. Even verder ging de route door een dichte begroeiing en versmalde het fietspad tot goed anderhalve meter geperst tussen de draadafsluiting van de spoorweg en een hoge rotswand. Na een haakse bocht ontdekten we als attractie braamstruiken. We stopten omdat ze al erg dik leken en we proefden er van de grootste, volste en zoetste braambessen en het was nog maar net quatorze juillet geweest. De volgende dagen kwamen we nog talrijke braamstruiken tegen maar nergens waren ze zo volgroeid als op dit kleine microklimaatje. Na het station van Apach kwamen we aan het einde van het traject op het drielandenpunt Perl-Apach, voor we Duitsland en het Groot-Hertogdom Luxemburg zouden binnenrijden. Op 9 mei dit jaar was er een tentoonstellingsplek geopend op dit punt. Schengen ligt aan de overzijde van de Moezel. Iedereen die uit het vliegtuig stapt in Zaventem kent het begrip Schengenzone. 31 jaar geleden, op 26 maart 1995, is het Verdrag van Schengen in werking getreden in zeven lidstaten van de Europese Unie waar grenscontroles werden afgeschaft en het vrije verkeer van mensen mogelijk werd. Vandaag maken 26 landen deel uit van de Schengenzone. We reden niet verder naar het noorden omdat er weinig informatie te vinden is over een route langs de Moezel in Luxemburg zelf. Op de terugweg bleek de helling opwaarts onaangepast voor een vrouwelijke fietser met kind in de aanhanger. Onze elektrische fietsen zijn dus niet de norm om hellingen inclusief te beoordelen.
De tweede dag gingen we richting zuiden en bleven we aanvankelijk aan de oostzijde fietsen. In Koeningsmacker wisselden we van kant richting Cattenom waar de twee schouwpijpen van de kerncentrale de wolken permanent aanvullen met witte damp. We reden over een smal bruggetje waar de wegbeheerder het nog nodig vond aan de uiteinden een paaltje in het midden te zetten waar we nooit met onze vierwielige vok of een fietskar door zouden raken. Thionville was een grote stad en we passeerden een kade met talrijke kraampjes voor drank en spijs in opbouw. De doorsteekjes naar de stad waren steil en bochtig en daardoor soms ondoenbaar. We reden dan maar verder richting Uckange waar we de resten spotten van industrieel erfgoed in de vorm van een verroeste hoogoveninstallatie. Uiteindelijk stopten we in Talange waar we ons heel onveilig voelden gemengd met het verkeer aan de afrit van de snelweg en een paar rotondes. Uiteindelijk vonden we een goed Italiaans restaurant Family J&C langs de rue du Metz. Op de terugweg wilden we stoppen voor een koffie maar bleek het restaurant dat we op de heenweg gespot hadden net te sluiten en kregen we niets meer dus zochten we even verder ons heil bij de kraampjes op de kade van Thionville maar ook die bleken overwegend gesloten. Gelukkig konden we toch nog aan één kraam een koffie krijgen hoewel noch deca noch melk voorradig waren.
Na deze lange rit namen we rust en dat kwam goed uit want net als op andere plaatsen in Frankrijk was er een onaangekondigde plaatselijke regenbui met hagelstenen toe. We stonden aan de bareel van een gesloten camping en toen de derde auto buitenreed en de slagboom bleef hangen reden we maar binnen en zochten een vrije plek. Het was een langgerekte camping in een park met waterplas langs de Moezel. Om 17uur ging het onthaal open. We konden komen en vertrekken wanneer we wilden en het onthaal was heel vriendelijk. De man vertelde dat er maar 30% passanten waren. De plaatsen aan de Moezel waren ingenomen door habitués die enkel in het weekend kwamen. De waterplas werd druk gefrequenteerd door allerhande trekvogels en plaatselijke eenden. Een witte reiger hield toezicht. Het was een camping van de Franse slag. De toiletten waren zonder bril of wc-papier maar de douches hadden warm water. Voor 25 euro per nacht had je een plek met 16 ampère stroom zodat we onze combi microgolf/airfryer konden uittesten. Alleen bleek een pastasaus meer geschikt om in een potje te laten sudderen. Storend was het gebonk van de bassen van de muziek van twee veertigers die het nodig vonden tot middernacht hun muziek te draaien. Er was voldoende schaduw. De tenten naast ons van een gezin met een kind en een kat aan een touw, stonden ook onder de bomen maar na het onweer dat ons uiteindelijk ook trof, waren ze wel uitgeregend. De buren hadden een probleem met hun startmotor want ze dienden in gang geduwd. Ondanks de lange weg langs de campingplekken werd er traag gereden, daarvoor zorgden twee korte drempels waar ieder stapvoets over moest omdat het gras ernaast afgezet was met nadarhekken, toch gebruikte iemand nog een doorgang tussen de weg en het meer. Wij niet.
De derde dag zouden we een camping zoeken in de buurt van Metz maar de reviews waren niet zo goed zodat we besloten eerst naar het eindpunt te rijden, naar de stad Charmes, net over de grens in de Vogezen. De camping Les Illes daar was groter, drukker en extreem geregeld. In het midden was er een omheinde plek voor de tentjes van fietsers en motards, zelfs uitgerust met afdakjes met zitplaatsen om te eten. Vlakbij was er een toiletgebouw, zonder toiletpapier. De camping leek wel door Nederlanders opgezet en ontworpen. Het was een ANWB-camping maar de uitbaters waren een Frans koppel met dochter die alles volgens de regels wilden laten verlopen. We kregen een plek toebedeeld en we zetten ons volgens het plannetje van de camping op plaats 66 tegenover plaats 69. Elektriciteit moesten we nemen op 50m verder terwijl er op de plaats zelf ook een aansluiting was voor 4 andere plaatsen. Omdat mijn kabel van 25m niet ver genoeg was plugde ik in op de dichtstbij zijnde paal zoals de buur dat ook deed. De overige plaatsen van dat steegje liepen vol en na een uur kwam er een vrouw die beweerde dat wij op hun plaats 65 stonden. Blijkbaar stonden de paaltjes links op het pad aan de linkerzijde van de plaats en rechts op het pad aan de rechterzijde zodat we dat niet door hadden. Op plek 66 stond echter een wagen naast een tent en de tent zelf stond over de scheiding, daarom was het ons niet opgevallen dat er eigenlijk nog een plek vrij was. We vroegen de wagen te verplaatsen en verhuisden in recordtempo, ons verontschuldigend. Het resultaat was dat we volgens het plannetje nu met twee samen met nummer 67 tegenover nummer 68 stonden, terwijl 68 even breed was. Het plan was niet correct en zelfs misleidend. Toen ik de dag nadien de croissants ging afhalen en een brood (broodjes kennen ze hier niet) vertelde ik dat het plan niet correct was. ‘Oh neen, dat was schematisch,’ zeiden ze. Bedankt hoor. Ik gaf ook aan dat mijn kabel te kort was om die aan de laadpaal die mij toegewezen was te connecteren. Daar hadden ze een oplossing voor: ze hadden verlengkabels liggen die voor een waarborg van 50 euro kon uitgeleend worden. Ik moest zeker aansluiten op de toegewezen laadpaal want morgen kwamen er veel bezoekers. Mijn twee kabels reikten net tot de laadpaal maar mijn buren die 5m verder stonden zouden zelfs met een kabel van 50m niet aan de hun toegewezen paal raken. Er was dus iets mis met de verdeling van de laadpalen over de camping. Dat wilden ze dus remediëren door kabels ter beschikking te stellen. Verder was de camping goed in orde. Aan de receptie was er een volledig uitgeruste toilet- en doucheruimte met wasmachines en wc-papier. Verder was er een bar en een restaurant en een afhaalservice voor broodjes behalve zondag en maandag. Het was een goed camping die waar voor haar geld bood. Kostprijs: ook 25 euro. We verlengden ons verblijf met een dag. Reservaties van campings in die streek gebeurden online inclusief betaling en het doorgeven van alle info. Eenmaal terplekke wilde men enkel je naam nog weten. De rest was immers geregeld. Verlengen was dus enkel de afreisdatum aanpassen en een betaling doen.
Wij planden de eerste trip vanuit Charmes naar het zuiden. Het bleek dat er hier een kanaal langs de Moezel lag en we dus meestal langs dat kanaal de l’est moesten fietsen en maar af en toe een glimp van de Moezel mochten zien. De Moezeltrip had hier voor ons iets van zijn charme verloren. Het werd rijden langs een kanaal, dus plat maar met een helling naar de sluizen, waar steeds een wegje over liep waar je voorrang aan moest geven en soms stoppen op een moeilijk plek, maar ook soms voorrang geven aan een weg die leidde naar een afgesloten poort. Wat de voorrang betrof leek wel op de fietsroute As-Maaseik of Aarschot-Herentals. De afwisseling zat in de taluds van het kanaal. Tussen twee sluizen was de afwerking van de taluds steeds verschillend: aarde, stenen, gelaagde kalkstenen die verweerd waren, damplanken tot hoog water…Er kwam geen eind aan de verschillen. Waar de oude bomen langs het pad gekapt waren – ze waren soms twee meter doormeter maar wel hol van binnen – waren nieuwe bomen geplant en op de steunplanten was hun soortnaam aangeduid in het latijn. Vlak na het centrum van Charmes was een grote, met wel twintig campers druk bezette camperplaats aan het water te zien. In de reviews van camperplekken en ook van een camping in de buurt was melding gemaakt van inbraken, daarom waren we niet zo happig om voor een camperplek te kiezen, zeker niet een kleine waar je alleen stond. Aan de westzijde stonden verschillende oude industriële gebouwen naast het kanaal. We lazen de geschiedenis van die plek te Nomexy op een infopaneel op een rustplek voor de fietsers even verder. Op het einde van de negentiende eeuw veroorzaakten de aanwezigheid van het kanaal en het spoor de opbloei van de textielindustrie. Zo was er de spinnerij Peeters – klinkt Vlaams – en de weverij Paul Perrin en de fabriek Schauffeneck. Er werd een arbeiderscité gebouwd met drie parallelle rijen dubbelwoonsten in cottagestijl met namaak gecementeerd vakwerk op de verdieping zoals enkele mijncité’s in Limburg: Zolder Berkenbos en Eisden tuinwijk. De arbeiders kregen allerlei voordelen en de fabriek zorgde voor de dagelijkse noden zodat ze gebonden werden aan de fabriek. In 1950 werd een elektriciteitscentrale gebouwd in een opmerkelijke architecturale vorm waarbij de schoorsteen in het midden van het dak zat en grote verticale smalle ramen het gebouw sierden. Dat lazen we dus op een infobord dat deel uitmaakte van een uitgebreid ingerichte rustplek voor fietsers. Blijkbaar waren er langs het kanaal op regelmatige afstanden op die plekken ook voorzieningen voor fietsherstel aanwezig. Een fietscoureur demonstreerde de pomp door zijn fiets op het toestel te plaatsen. De toestellen werden geleverd door Saris, blijkbaar een Amerikaans bedrijf volgens de QR-code. Verder was de rustplek ingericht met drie steunen voor fietsen, een aftappunt voor water (met chloorsmaak), gescheiden vuilnisbakken, een tafel met twee banken een infopaneel en een toilet. Een dame met fiets vertelde dat ze het traject vanuit Epinal dagelijks over 30 km deed. In Thaon-les-Vosges zagen we een huwelijksgebeuren met een witte Citroën ID/DS 19 en een brandweerwagen. Wellicht was een van hen lid van de brandweer. Op meerdere plaatsen langsheen de Moezel wordt blijkbaar nog veel aan ontzanding en ontgrinding gedaan. Met loopbanden wordt het materiaal naar het kanaal worden gebracht om op boten te worden geladen. In het noorden was de Moezel nog bevaarbaar maar in het zuidelijk deel werden de kanalen meer gebruikt omdat deze voorzien waren van sluizen.
Onze trip ging verder richting Epinal. In die stad verloor de voie blue haar rode draad en werden we geleid over voetpaden, door lage tunneltjes, langs steile hellingen, 20m in tegenrichting over een ringweg omdat men geen doorbraak door de omheining van een parkje had willen maken. Uiteindelijk vonden we het welletjes en gingen we aan de overzijde op zoek naar een eettent en vonden we Il Devino, een Italiaans restaurant met mooie binnentuin en betaalbare gerechten uit de klassieke Italiaanse keuken. We kozen uit de plats de grand-mère: gnocchi alla sorrentina en een cannolo voor 16 €/stuk. Toen we buiten kwamen bleek het een beetje te hebben geregend. Niet genoeg voor de aarde.
De dag nadien reden we in noordelijke richting langs het canal des Vosges/canal de l‘est. In Charmes stond nog een oude fabriek langs het water. De schoorsteen nog aanwezig. In Socourt was er een kleine kade en een camperplek met stroom voor vier campers waarvan slechts één bezet. We kwamen langs een visserswedstrijd bij aanpalende vijvers, een sluis met een dichtgetimmerd sluiswachterswoninkje, een paar brugjes en op 10 km van Charmes ging het dan fout. Ik reed voorop na een brugje een S-bocht naar het water en ik hoorde gejammer in mijn oortjes en achter mij. Mijn partner ging onderuit. Ze lag op haar zij te midden van het fietspad en leed zichtbaar pijn. Ze was uitgegleden in een smalle strook samengetroepte aarde die door de regen van de laatste dag nog modderiger was geworden. Ze had haar bocht ruimer genomen, geslipt en was neergegaan. Ze kroop zelf naar de kant. Ik mocht haar niet helpen, dus zette ik haar fiets aan de kant. De mijne had ik al neergegooid. Ik bekeek haar gescheurde jas en haar wonden en bood haar water aan. Ze had zelf water bij, zei ze en vroeg haar handtas waar ze haar eigen drinkfles uit haalde. Even later vroeg ze: ‘Waar zijn we? Waar gaan we naartoe? Ben ik hier gevallen?’ Die vragen herhaalde ze wel zeven keer met tussenpozen, waardoor ik besefte dat ze in shock was. Het was beangstigend. Ze had geen braakneigingen. Er stopten fietsers die hulp aanboden. Of ze een dokter moesten bellen. Die sloeg ze af. Hier waren geen dokters in de buurt en zeker niet op zondag. Ze kon niet meer naar de camping fietsen dus moest ik de camper halen maar ik kon haar niet achterlaten. Ik had al een tractor zien passeren en toen die terugkwam hield ik hem aan. Het was een jong koppel. Ik vroeg hen hulp. Ik vroeg hen te wachten bij mijn partner tot ik haar kon komen halen. De vrouw vertelde dat het al de tweede keer was dat er hier een fietser viel. Ze hadden die persoon toen naar hun moeder gebracht. Ze zouden uitzoeken of dat nu ook kon. Even later kwamen ze op ons toegelopen en informeerden naar de toestand van mijn partner. Moesten ze de 15 bellen? Dat was de ambulance. Neen. Uiteindelijk gaf ze me het adres van de moeder. We waren in Mangonville. De rijksweg liep vlak langs het kanaal. Het huis was nummer 7, 400m van waar we zaten. De moeder was al verwittigd. Ze was onderweg om de koeien eten te geven. Even later belde haar man dat ze ook nog opvang hadden van de buurkinderen. Nog geen 5 minuten later stopte er een oude vrouw en kwam naar ons toe. We spraken af dat mijn partner bij haar thuis zou blijven tot ik binnen een dik uur bij hen zou zijn. Ik had haar fiets al gesloten. We hielpen haar in de wagen en ze reden weg. Ik ging met mijn fiets in powerstand zo snel ik kon terug naar de camping. Daar moest het zonnescherm ingeplooid, de stroom uitgetrokken, meubilair aan de kant. Rolluiken omhoog, enfin nog een boel handelingen tot ik kon wegrijden. Iemand stond me voor de woning al op te wachten. Een buurman, zo bleek later. Hij was met zijn drie blonde meisjes ook aanwezig omdat zijn vrouw naar het ziekenhuis was gereden om te bevallen van een vierde kind. De boerin leidde me in de woning. ‘Praat ze al meer?’ was het eerste wat ik haar vroeg. ‘Ja, ze heeft ook al een foto getoond van haar kleindochter die lijkt op een van de meisjes.’ Dat klonk goed. De boerin had blijkbaar al voor klevers op de wonde gezorgd. Er stond een glas cola voor haar. Mijn partner leek nog pijn te hebben, maar kon zitten en praten en was dus weer goed bij bewustzijn. ‘We moeten mee-eten,’ zei ze. Ik kreeg een glas wijn aangeboden. We bleven er meer dan een uur hangen en het was een gezellige bedoening. De buurman zat op hete kolen over de bevalling, die nog niet in gang was gezet. Hij zou er vanavond heen gaan. De overige gespreksonderwerpen waren divers: de kleinkinderen, de kinderen, de regeringen van België, het klimaat, de koeien die enkel voor vlees werden gehouden omdat melkautomaten een te grote investering waren, de ziekten, de operaties die ze ondergaan hadden, de beroepen, de tewerkstelling, de jeugd… We werden uitgewuifd. Het was een fijn moment ondanks de tegenslag om zo opgevangen te worden door een gastvrij Frans boerengezin. De fiets werd nog opgehaald en we zetten koers naar de camping. De schaafwonden werden nogmaals verzorgd met betere ziekenhuisklevers met een geperforeerde gladde kant zodat die niet in de wond kleefde.
De dag nadien werd er niet gefietst. Ik mocht alleen gaan, maar wat als ik ook zou vallen. Dat risico konden we niet meer lopen. Op de terugweg werd wel gezocht naar nieuwe plakkers van dezelfde soort maar die bleken in de Franse apotheken niet voorhanden tenzij op bestelling. Dus bestelden we die bij Farmaline zodat die thuis op ons zouden wachten. We brachten de vriendelijke familie als bedankje nog een fles wijn en kregen te horen dat de bevalling gisteravond een vierde meisje had opgeleverd. Blijven proberen tot er een jongen komt, was ieders advies. Naar verluid zou de man dan ook een inspanning moeten leveren om gewicht te verliezen, niet in een jacuzzi te stappen, losse broeken te dragen en zo meer. Niet iets waar ik me nog moet in verdiepen op gewichtsverlies na, dan.
Hier een wijntip: In de plaatselijke supermarkt Match ontdekte ik wel een biowijn zonder toegevoegd sulfiet: Naturae 2022 Cabernet Sauvignon Pays d’Oc van Gérard Bertrand uit Narbonne. Een aanrader.
De vraag is hoe je dergelijke valpartijen kan voorkomen of de schade ervanbeperken. Er is het aspect infrastructuur, voertuig, bescherming en rijstijl.
Bij nadere analyse van de ongevallenlocatie blijkt een modderstrook over de helft van het fietspad te komen. Dus in feite zouden alle fietsers bergopwaarts door deze plas moeten rijden. De modder is een zwarte aarde die over het fietspad is uitgelopen van een hoger gelegen deel. In de vorige blog hebben we ontdekt dat er op de F203 te Kortenberg op diverse plaatsen, vooral in bochten en naast niet afgedekte grondwallen er natte grond was verzameld op de fietsweg na regenval. Ons geval geeft aan dat dit aanleiding kan geven tot ongevallen. In het ontwerp van nieuwe fietssnelwegen door De Werkvennootschap is dat feit onmiddellijk opgenomen en werden gelijkaardige locaties ontwerpmatig aangepast met walletjes bovenaan taluds of wadi’s onderaan afhankelijk van waar het water vandaan of terecht kan komen. In ons geval is er mogelijk een verzakking of laagte in de fietsweg waar ook niet vervuild water kan blijven staan.
Ons voertuig was een standaard i:sy met lage frame en brede 20” banden. Toen ik enkele jaren geleden met die fiets op tracébezoek tegen een boordsteen bleef hangen kon ik er dankzij het lage frame afspringen en bleef ik vrij van letsel. In dit geval werd er op basis van het rijspoor in de modder mogelijk bijgestuurd in een krappe bocht, uitgegleden, gekanteld en gevallen op de rechterzijde. Op een gladde ondergrond is door het gebrek aan stroefheid van de weg elke koerswijziging of afremming onmogelijk. Rechtdoor rijden of tegensturen zou een hulp kunnen zijn met een wagen maar als je met de fiets bent, raak je onmiddellijk uit evenwicht en gaat de fiets naar de grond. Met een vierwieler zoals mijn Vok e-bike kan je op een dergelijke plek niet snel kantelen. Met een driewieler met één wiel vooraan kan dat wel, met twee wielen vooraan is dat moeilijker. Met een tweewieler ben je steeds in wankel evenwicht en bovendien onbeschermd. Met een overdekte vierwieler heb je
een carrosserie die je beschermt. De opgelopen letsels waren aan de rechterzijde: hoofd, ellenboog, arm, hand en knie.
Hoe impact verminderen? Gelukkig droeg mijn partner een helm. Die was niet stuk. Toch had ze een stevige klap gekregen waardoor ze enkele minuten uit was. Er wordt dus een nieuw helm gezocht voor een speed pedelec getest voor 45 km/u met bescherming van slaap en achterhoofd en mogelijk met een oorbeschermer en achterlicht. Liefst ook voorzien van MIPS (MIPS BPS = Brain Protection System). Deze helmen hebben een extra laag in de helm, waardoor het hoofd bij een klap iets t.o.v. de helm kan bewegen. Dit moet het risico op schade aan het hoofd en de hersenen verminderen.
Hoe kunnen we schaafwonden bij ongeval vermijden? Je kan een motorjas dragen of en een lange motorbroek met extra bescherming voor bekken en knieën of additionele kniebeschermers of kniebraces toevoegen. Blijkbaar is deze kledij voor motorrijders tegenwoordig ook lichter en luchtiger dan de leren broeken die we ons daarbij voorstellen. Het moet nog draagbaar zijn. Toch zijn lange jassen en broeken afschrikwekkend om te dragen op warme zomerdagen. Wie wil zover gaan? Je bent ook minstens 400 € kwijt.
Je kan je ook beperken tot een skate-uitrusting met helm, ellenboogbeschermers en kniebeschermers of een brace dragen zoals enkele deliveryboys in Lissabon.
In plaats van de volgende dag terug te keren naar huis – ons verlof was nog niet ten einde – zochten we een camping noordelijker om toch nog een deel van de voie Bleu dat we hadden overgeslagen, af te werken. We kozen voor de camping Liverdun ten westen van Nancy. Het bleek een doorgangscamping. Rond vier uur in de namiddag kwamen alle nieuwe dagjesklanten toe, in file, om de volgende dag rond 9 uur weer te vertrekken. Veel kleine busjes maar ook nog veel caravans. Overwegend Nederlanders. Tegenover ons parkeerde geruisloos een elektrische Nissan van met beperkte inrichting waarvan de motorkap tot de schouders van de bestuurster reikte. Ook een VW buzz camper werd gespot. Elektrische campers zijn nog zeldzaam en de Nissan Interstar (idem aan Renault Master) die tegenover ons stond heeft met de zwaarste batterij al een rijbereik van 460 km en bestaat ook in Camperversie.
Nadeel van de camping: slechts 6A stroom. Dus opletten met elektrische toestellen. Ook hier lag de voie blue voor de camping. De brug van Liverdun over de Moezel was afgesloten, er waren geen winkels in het dorp maar wel een supermarkt aan de overkant. Met de fiets kon je naast de werf over een smalle stoep van 1m breed langs de balustrade en de werfafsluiting naar de overkant. Daar bleek de Voie Blue te verwateren in een onduidelijk tweerichtingsfietspad dat overging naar menging.
Na een rustdag kozen we voor de andere richting voor de uitvoering van een knie-testrit. Het fietspad liep soms naast de weg en stak op goed beveiligde oversteekplaatsen over behalve eentje die na een krappe bocht lag zodat je het verkeer vanaf het zuiden niet kon zien aankomen. We raakten maar 10 km ver en stopten aan Villey-St.-Etienne, een stadje op een heuvel , dat we even bezochten en met een steile afdaling terug naar de Moezel reden. Op de terugweg maakten we gebruik van de rustplekken die we hadden gezien en waar comfortabele houten ligbanken aangeboden werden.
De dag van de terugreis die we met een dag vervroegden reden we de camper naar Villey-St.-Etienne om van daar verder te fietsen naar Toul. Het uitzicht onderweg was weer zeer afwisselend. De enige obstakels waren het verloop van de route vinden in Gondreville waar we een tijd gemengd reden tot we de dijk van het kanaal konden opfietsen. Knelpunt waren hier de onderdoorgangen onder de bruggen die maar een meter breed waren en bochtig zodat we geen tegenliggers konden zien. We gebruikten onze fietsbellen. De tegenliggers waren er dan soms wel. Ten zuiden van Thionville was het een voertuig van de vaarwegpolitie die het nodig vond daar in hinderlaag te liggen en het fietspad te blokkeren. Hier waren het vissers, een telefonerende voetganger of fietsers die net daar een fotosessie of rustpauze hielden. Op een lang recht stuk was de bamboe of rietbeplanting door de stevige wind en regenvlagen over de helft van het fietspad gebogen en net daar waren er natuurlijk tegenliggers. Aan de brugjes of in de nabijheid van parkeerplaatsen werd de toegang afgeschermd met slagbomen of hekjes die heel moeilijk te passeren weren.
Toul bleek een leuk stadje. We reden de stad in aan een brug waar ook aan gewerkt werd en kwamen tussen de werflichten terecht zodat we even in een ontruimingstijd snel aan het andere einde moesten raken. Op het aanpalende kruispunt was het duidelijk dat voorzieningen voor fietsers ontbraken. We kozen een kleinschalig restaurant S’Kitchen met slechts keuze uit een paar menu’s. We waren er voor openingstijd maar de zaak liep op een half uur al vol. De Surinaamse keukenhulp sprak Nederlands. De mosseltjes waren heel klein. Het toilet was de moeite waard om een foto te trekken van de wasbak gemaakt van een 40cm lange smalle ovenschotel en de kraan was in de vorm van een koffiepot met pedaalbediening.
De voie blue is een goed alternatief voor de saaiere kanaalroutes door de wisselende zichten op de rivier, het kanaal en het landschap. Het wegdek in asfalt was niet breed maar had toch een goede maat van eerder twee meter dan 2,5meter. Het is geen recent fietspad maar bestaat uit een aaneensluiting van hoofdzakelijk een soort jaagpaden en wandelpaden. Klassieke problemen zijn het gebrek aan onderhoud vooral snoei- en maaiwerk. Aan de brugjes of in de nabijheid van parkeerplaatsen werd de toegang afgeschermd met slagbomen of hekjes die enkel gedimensioneerd zijn op tweewielige fietsen zonder aanhanger en dus uit de tijd zijn.
Meestal is er weinig fietsverkeer en hoofdzakelijk recreatief verkeer. In het seizoen een groot aandeel gepakt en gezakte trekkende fietsers. Op een aantal wegvakken zijn er rustplekken in de vorm van picknickplaatsen, zitbanken, ligbanken en een reparatiepaal maar dit aanbod is ongelijk verspreid over het hele tracé. Op de signalisatie na toont dit een gebrek aan ontwerpstandaarden, huisstijl en globaal aanpak. Toch de moeite waard om te bezoeken. Wij komen zeker terug!
Kaartmateriaal over de route en de bezienswaardigheden in de buurt vind je bij bikeline Mosel-Radweg Frankreich. Een Duitse uitgave.
Plaats een reactie