Blog 13 Venetië, kunststad zonder auto‘s of fietsen

Het was zomers weer eind september 2026 in Venetië. Zelfs de Venetianen zijn naar eigen zeggen aangenaam verrast met hun zomerse herfst. Het is er 23 graden overdag en 15 graden s’nachts. Elke dag zon, geen regen, meer dan een week lang. Pas begin October zal de herfst meer voelbaar zijn. 

We vlogen naar Venetië voor de Biënnale. Met Brussels Airlines arriveer je tegen de middag of tegen middernacht. Wij kwamen aan om 23 uur en liepen vrijwel alleen over een lange gang met rollend tapijt tot aan de terminal van de boten: de AVAPORETTO. Blijkbaar kozen de andere treinreizigers voor de trein of de pendelbus, op de groep muzikanten na, die nog naar een andere stad voor een kort optreden en dan weer terug naar huis. Met de boot duurde de trip nog een uur tot aan Lido, waar we een busboot namen – het openbaar vervoer van Venetië – tot aan de overzijde: San‘Elena, onze bestemming. Het was een eens woongebied tussen de Rio del Giardini en de Rio de Sant Elena. Een reeks woonblokken van 4-5 verdiepingen, 25 tot 30m meter groot. De hele bouwzone meet 200 m breed bij 450 meter lang, autovrij, omgeven door een park en het water. Het leek op de bouwblokken in de TV-serie over Elena Ferrante in Napels, maar dan mooier, meer publiek en privé groen. Aan de zijde van de Giardini is er het park Rimenbranze, een wandelpromenade Viale IV November en een speelplein en de aanlegsteiger van de busboot. Volgens de uitbater van onze B&B zonder Breakfast was dit vroeger een bosgebied waar op vossen werd gejaagd. De woningen dateerden van 1920-1930. Ze bestonden uit gepleisterde, al dan niet gekleurde  gevels. De straten bestonden uit grote tegels in natuursteen of beton. De aanleg is op één niveau. Geen indeling in stoepen en rijbaan. Auto’s ontbreken immers in Venetië. In de straat ontbreken zelfs de goten. Het water raakt weg langs een van de tegels die twee kleine gleufjes heeft van geen 10 cm lang. Het duurde een paar dagen eer dat detail overal in Venetië terugzagen, zelfs op de brede stoepen in het Lido. Het was een rustige woonbuurt. ’s Ochtends werden we eerst gewekt door de meeuwen die hier, als ze rustig door de straat patrouilleren een andere taal spreken dan bij ons. Het klonk meer als aya, aya en hein, hein. Of betekent dat: ‘aiai weer geen eten.’ Enkel wanneer ze eten van de duiven willen afpakken klinken ze even schreeuwerig als onze meeuwen. Na 8 uur duiken de vuilnismannen met hun handkarren op. Ze bellen aan bij elke woning om het huisvuil dat in zakken in de gang klaar staat, op te halen. Andere vuilnismannen hebben heksenbezems en vegen de straten: de straatvegers. Daarna gaan de deuren van de woningen open en verschijnen de schoolkinderen met rugzakken of trolleys. In het noorden van de wijk ligt een kleuterschool. De oudere kinderen moeten elders heen. Fietsers zien we niet. Ze zijn er wel, we hebben er die week twee gespot, ouderen. Op een centraal groen pleintje vinden we een bakker die adverteert dat hij Non solo Pane heeft, er tegenover een slager en op de hoek een restaurant. In dezelfde rij van de bakker is er een groentewinkel. Langs de voetgangerspromenade aan de rand van de woonbuurt ontdekken we nog een restaurant, de gemeentelijke apotheek, een B&B, een bar en in de zuidelijke punt een Kranten/speelgoedwinkel en nog een restaurant. In het weekend toen alle restaurants volgeboekt waren vonden we nog plaats in het restaurant van het hotel in de uiterste punt van het gebied.  De gebouwen zijn onaangeroerd. Een woning kreeg een nieuwe regenpijp en die bleek van koper te zijn. Niet goedkoop dus. We leiden hieruit af dat de wijk een stedenbouwkundige bescherming krijgt. We ontdekten maar één moderne woning uit de jaren 50, een laagbouw, ogenschijnlijk een verbouwing van een andere functie. Op de hoogste verdieping van ons appartementsgebouw woonde al enkele jaren Geert-Dirk, een Vlaming, die ooit een hotel bezat, wist onze gastheer te melden. We kregen hem echter niet te zien. Wie we wel tegenkwamen op de trap van zijn paleis, het Palazzo Pisani-Moretta, dat hij pas gekocht had voor zijn Fondacione, was Dries Van Noten, ja himself. Hij zei dat we de andere trap moesten nemen om de tentoonstelling te bezoeken. Daar werden we gecontroleerd en kregen we een boekje met uitleg. Als we de tentoonstelling eerder hadden bezocht had ik heb gevraagd waarom hij bij de mooie kostuums van Christian Lacroix, al dan niet uit de reeks ‘Comme des Garçons’, liet afwisselen met assemblages van afvalmateriaal van Peter Buggenhout. Het contrast was ons te groot. Het enige mooie kunstwerk van Buggenhout was het eenkleurige grote werk in de ontvangsthal beneden. Door alle materialen in dezelfde toon te verven werd elk materiaal overstegen en kwam het geheel sterker naar voren. 

De eerste ochtend waren we te vroeg voor de Biënnale die pas om 11 uur opende. Dus liepen we met een boog doorheen een woonbuurt tussen Giardini en Arsenale naar het park waar de hoofdingang van de Giardini was. Op dat ogenblik wisten wij niet dat de achteringang van de Giardini aan de Viale IV November lag op 100m van onze voordeur. Later gebruikten we die als uitgang. In de woonwijk die we doorkruisten ontdekten we wat me misten in onze wijk en in de centrumstraten: de wasdraden die aan twee katrollen over de straat werden gespannen en vol hingen met beddengoed en kledij. Door aan de dubbele draad te trekken kon de was worden binnengehaald. In smallere straten hing de was parallel aan de gevel, zoals dat ook in Lissabon was. Een prachtig detail was de ingebouwde plaat waarop de ronde deurbellen en naamplaatjes van de appartementen waren verwerkt. 4 tot 8 per woning. 

Toen we aan onze kleindochter vertelden dat de huizen in Venetië in het water stonden en er geen auto‘s maar wel bootjes door de straten varen en dat de bus een boot is, geloofde ze ons niet. Haar reactie was: ‘Dat kan niet!’ Soms zijn de woonwijken tussen de grachten vrij uitgebreid en kan je overal geraken, desnoods via onderdoorgangen onder de gebouwen, de Sotoportego. Smalle steegjes overal. Bepaalde wijken, zoals deze aan de noordrand zijn met enkele trappen afgesneden van het centrum. Voor rolstoelgebruikers zijn er geen toegankelijke hellingen gemaakt. De locals laten zich hier niet door afschrikken, met steekwagentjes en handkarren wordt alle door to door transport gedaan, zelfs de betonmolen wordt op een kruiwagen geladen en voorwaarts de trap op geduwd. 

Is Venetië een alternatief voor een autovrije woonwijk bij ons? Ik denk het niet. In Nederland zie je wel nieuwbouwwijken op het water die daarop willen lijken, met een bootje aan een eigen steiger in de achtertuin. In België zie ik dat niet gebeuren. Is een autovrije wijk naar het voorbeeld van Houten in Nederland, of Ishoj in Denemarken mogelijk? Ja, met de auto aan de rand te houten en een geconcentreerde bebouwing in het midden, maar of we 500 meter willen lopen zoals in Sant’Elena Venetië is de vraag. Op een bepaald ogenblik willen we toch met de wagen tot aan de woning en dat is in Venetië absoluut niet mogelijk. Het transport van goederen van boot tot aan een werf moet nog steeds te voet gebeuren. Een kleine hijskraan komt wel tot aan de plek maar auto’s of vrachtwagens niet. We zullen nooit zover gaan als Venetië om de vuilnis met handkarren te laten ophalen of straten te vegen met borstels maar mits de organisatie van verdeelpunten aan de rand moeten er meer gebieden autovrij kunnen gemaakt worden en als de post al kan verdeeld worden met fietsen en een elektrische aanhangwagen moet ook het groenonderhoud zo kunnen gebeuren. Zo zou men ook op fietssnelwegen op een kleinschalige manier korter op de bal kunnen spelen in plaats van te wachten tot alle groen te ver is uitgeschoten en de ruimte van de fietser in neemt.

De Arsenale bezochten we via de achteringang aan de Giardini delle Verginie zodat we geen wachtrij hadden maar wel tegen de stroom bezoekers moesten ingaan. 

Dit is geen blog over de kunst die we zagen. 

Zondag was de derde dag van ons ticket en zochten we de tentoonstellingen op van de Biënnale buiten de locaties Giardini en Arsenale. We wilden in het Palazzo Manfin de tentoonstelling van Anish Kapoor bezoeken maar daar hadden ze problemen met bankkaarten uit België en cash betalen was niet mogelijk, dus dropen we af. In de noordelijke wijken waren wel tentoonstellingen open. De grandeur van de locatie wisselde sterk van een palazzo, een stapelruimte, een winkel tot woningen. Die avond keken we op een bank naar de ondergaande zon. 

Toen ons ticket voor de Biënnale de derde dag uitgeput was ontdekten dat er vrij veel musea gratis toegankelijk waren maar dat de meesten op maandag sloten. De overige musea waren wel open maar vaak niet gratis. Die dag waren we vroeg op het San Marco plein en er was nog ruimte tussen de groepjes, de orkestjes speelden al hoewel er geen enkel tafeltje bezet was. Tussen het San Marco plein en de noordelijke brug de Ponte di Rialto was het verschrikkelijk druk in de smalle straatjes. 

Op dinsdag lieten we ons met de vaporetto naar de Accademia varen op Dorsudora waar we Marina Abramovic lieten liggen wegens te duur en minder goede referenties want zonder nieuw werk en veel videokunst. We hadden al een overaanbod op onze maag liggen, dus werd het sightseeing en shoppen in deze leuke buurt met veel exclusieve winkels en minder toeristenstromen. De bootjes van de bewoners liggen in de kanaaltjes vast aan twee palen in gerecycleerd plastic, ingeplant op maat van de boot. Hun wagen voor de deur? We kochten kleding in een winkel bij een dame met oosters uitzicht die blijkbaar uit Moldavië kwam. We ontdekten dat een aantal musea ook dinsdag sloten zoals het zoutmuseum waar een tentoonstelling van de Biënnale zou moeten lopen maar waar we de hele bouwblok rond moesten lopen om de ingang te vinden die dan gesloten bleek. De openingsuren volgens google maps klopten niet en de folder van de Biënnale bleek zeer onhandig omdat een lijst met verklaring van de nummers op de kaart ontbrak voor de tentoonstellingen buiten de twee groepslocaties. Als je wist wat je wilde zien kon je een vakje op de kaart raadplegen en de bijbehorende nummer vinden maar omgekeerd werkte het niet en dat voor een internationale tentoonstelling die al voor de 61 ste maal werd georganiseerd! We hadden een hele voorbereiding gekregen met wat wel en wat niet te zien maar deze waren bij gebrek aan kaartmateriaal moeilijk te lokaliseren.

We zagen twee monniken in oranje kledij en geschoren hoofden. De gekronkelde naad in hun pij intrigeerde me en ik vroeg waarom die er was. Met hun vertaalapp behielpen ze zich met Engels en ik kwam te weten dat het een heel grote doek was die zij moesten versmallen door hem op een of andere wijze op te draaien. 

Toch nog kunstzinnige verrassingen: de tentoonstelling van Saudi Arabië en tegenover de basiliek: Homo Faber, de laatste dag dat deze open was, met Ca’ Riflesso, dat een woonhuis inrichtte voor een imaginaire collector vol met Venetiaanse ambachtelijke kunstvoorwerpen, meubels, verlichting, docoratie en kunst in marmer, hout, glas en metaal, een glazen trap en een prachtige binnentuin met een zithoek overdekt door een prachtige parasol van TUUCI MIAMI FL. We aten in een traditioneel restaurant aangeraden door Trip Adviser: Al Vecio Forner, alle dagen open van 11 tot 23u. Het is gelegen aan de Campo San Via waar ze met een hoogtewerker aan het proberen waren om kisten met schilderijen door een te klein raam op de derde verdieping van de aanpalende galerij binnen te krijgen. Tot grote pret van onze tafelbuurman lukte dat niet. Hij was een Venetiaan die zelf de toerist aan het uithangen was, naar eigen zeggen. Lekker eten. De Pati del giorno bevatte enkel traditionele gerechten waar ik niet aan uit kon: Miste Veneto, spaghetti alla Basana, Taglialione Pomodori, Ravioli con burro e Salsa, Castata alla griglia, Scampi ai Ferri en dolce fatto in casa. De foto was onscherp. Omdat we al dagen de gezonde groenten gemist hadden namen we een traditioneel Belgisch gerecht: steak met friet en gegrilde groenten met side dishes gegrilde groenten en friet, al heette dat hier Bistecca Alla Griglia Con Contorno en als extra contorne:  verdure alla griglia en Patatine Fritte. We liepen te voet naar de kade. zetten ons weer in de zon op een bank in het park naast een boekentil waarvan elke vierkante centimeter versierd was. We haalden er een boek uit met een voorstelling van alle eilanden van de Laguna. We waren niet de enige gebruikers. De boekentil kreeg op een half uur tijd zeker 20 belangstellenden die langs kwamen, een foto namen en grasduinden in het aanbod. Daarna waagden we onze kans in het restaurant vlakbij ons verblijf: Jardin Food en Oasis. Het leek veel minder druk leek dan in het weekend en er was vast nog plaats. Wilden we buiten zitten? Buiten was de binnentuin, blijkbaar de Oasis. Het werd er echter snel fris, aan andere tafels kozen de eters na het aperitief toch om binnen te gaan zitten. We aten een heerlijke gefrituurde visschotel maar een van ons moest lang wachten op de huisgemaakte tiramisu. De uitleg van de uitbater was dat de kaastaart door zijn vrouw vooraf was klaargemaakt maar dat zij de tiramisu in de keuken maakten.  Voor een restaurant lijkt me het bijna onvergeeflijk dat men niet alle bestelde gerechten op hetzelfde moment serveert.

Op mijn e-reader las ik de reis: T A Williams Murder in Venice, tijdens ons verblijf: detectives van Jean-Luc Bannalec over Bretagne, Pierre Martin. In al deze detectives komen de lokale gerechten aan bod. Daarom hier ook iets over het eten. Onze tafelbuur zei dat ze een mooie nazomer hadden deze week en dat we zeker naar het strand moesten gaan. Dus de laatste dag namen we een rustdag op een strand in het Lido. Daar reden auto’s, bussen, scooters en fietsen. Ik had aangenomen dat deze smalle zeedijk verbonden was met het vasteland maar dat blijkt niet zo te zijn. We namen een brede boulevard naar het strand maar daar bleek het seizoen voorbij en vele stranden, Beach clubs met zetels, bars, restaurants en zwembaden bleken gesloten.  Het was ver lopen tot aan de Free Beach waar een barretje stond waar we konden eten en de koffie goedkoop was. Aan de loopplank naar het strand werden we door twee afrikanen uitgenodigd om een zetel of parasol te huren. Het strand was vrij leeg maar toch was er een getrokken kar met drank die tot bij ons reed. s’Middags verlieten we het strand voor een salade en we bleven er uiteindelijk hangen. Men liet ons met rust en er was een toilet. 

De zevende dag was de terugreis. 

Na thuiskomst las ik een boek van Nicky Pellegrino:  Een jaar in Hotel Gondola (in Venetië). Ze gaat daarin op zoek naar locaties die enkel bekend zijn bij de locals zelf. Ik had dit boek op voorhand moeten lezen. Nu hebben we een aantal zaken gemist: de bacari (barretjes) waar se cicchetti serveerden (tapas) zoals baccalà mantecato (gezouten kabeljauw geweld in room met olijfolie en knoflook en op een sneetje licht geroosterd stokbrood gesmeerd) of koekjes bussolà en de klassieke gerechten zoals Sarde in Saor, zoetzure uienmix van witte ui gegaard in olijfolie en met laurierblad en peperbollen en zout. Na 25 minuten gaan de kruiden en de witte wijnazijn en suiker er pas bij en dan de pijnboompitten. Serveren met visfilets. Je kan in de zoetzure saus ook op Venetiaanse wijze sardines marineren. De uien kunnen ook gebruikt worden op gegrilde kop of geroosterde aubergine, aardappels of  of in een warme salade. Ga ik besliste eens proberen te maken. Tot nu toe heb ik enkel een traditionele bolognaise saus gemaakt met bijpassende linguini. Uren werk is dat allemaal. 

Blij voor wat we niet gemist hebben: de regen, de overstromingen, de passerelle op het ondergelopen Piazza San Marco waar je overheen kan lopen als het acqua alta het plein onder water heeft gezet.

We komen terug voor de Biënnale 2028. Zeker weten. 

Reacties

Plaats een reactie