Ik had beloofd om de F3 af te fietsen van Leuven naar Nossegem, een druk gebruikte fietssnelweg. Hoewel ze niet voldoet aan de richtlijnen voor inrichting van fietssnelwegen werden toch de huisstijlkenmerken van Brabantse fietssnelwegen opgelegd ook al had ik bij de ontwikkeling van die huisstijl voorgesteld om die borden pas te plaatsen langs de wegvakken die vrijliggend, exclusief en ruim bemeten waren zodat de gebruikers niet misleid werden in hun verwachtingen.
Het is anders gelopen. Ik reed naar de F3 op een regenachtige vrijdagavond (16.10.26) na 19 uur om er de kwaliteit van de verlichting te bestuderen. Ik leerde dat fietsen bij regen en duister zelfs op paden langs wegen die verlicht waren uiterst moeilijk was.
Reeds bij het verlaten van Leuven vanaf de vaart op het krappe fietspad reed ik bijna een in het zwartgeklede jogger aan die onverlicht aan dezelfde kant van het fietspad liep als ik. Hij of zij, wuifde me tijdig uit de weg. De volgende jogger liep gelukkig rechts in de rijrichting. Ga nooit joggen in zwarte kledij in het duister zonder licht, was de les die ik trok. Dat fietspad van 2,5m breed is al te smal om met drie te kruisen en zit geperst tussen een hoge boordsteen en soms fietsen tegen de boten of boze eenden in het gras overdag. Een gewone fietser met slechts twee wielen heeft minder last van de dwarshelling aan de oversteekplaatsen maar ik deed de rit met onze vierwielige vok-ebike die dan telkens een oncomfortabele beweging moet maken. Met de vok, zit ik wel droog onder een dakje zodat mijn bril niet nat wordt, maar de ruitenwisser moet wel zijn werk doen en al voelen we ons ook enigszins beschermd door deze carrosserie geeft dit in de huidige omstandigheden ook een deel schijnveiligheid omdat we elk moment iets kunnen raken of van het fietspad af kunnen rijden.
Overgestoken naar de F3 is het iets rustiger maar het fietspad maakt veel bochten die naarmate dat het donkerder wordt moeilijker van ver zichtbaar zijn. Op het smalle brugje over de Bijlokstraat te Herent hadden we moeite om met onze 97 cm brede fiets tussen het paaltje op het midden van het pad en eentje aan de rand rakelings onze weg te vinden. We zijn dat gewend aan alle paaltjes, zoals aan de achterzijde van het station, en nog erger aan de F24 aan de tivolibrug. De wegbeheerders vergeten dat een fiets 1m breed mag zijn en dan nog speelruimte moet hebben om met de spiegels niets te raken.
We zaten al in Herent, aan de krappe bochten aan het station, waar we ooit een fietser een duw in de rug gaven met een spiegel omdat hij zich terug uitweek naar de denkbeeldige middenlijn. Zelf bij gebruik van ons geluidssignaal denkt men niet dat een brede fiets wil inhalen. De fout zit bij de te smalle fietspaden die niet gebouwd zijn om in te halen of met twee naast elkaar te rijden. Een fietspad van 150cm is een fietssnelweg onwaardig. Verderop in de Spoorwegstraat wordt het nog erger: het fietspad van 150cm zit ineens geprangd tussen verticale obstakels: een betonnen new jersey aan de straatkant en een langs het spoor, aanvankelijk is die laatste nog afgeschermd door een lage plantstrook waar je evenmin afstand van moet nemen maar iets verder zit je tegen de koude wand of neen, er staat soms nog een verlichtingspaal voor. Op die plek konden we met onze brede fiets zelfs geen fietser kruisen. Iets verder haalde ik dan een trage bakfietser in net voor een S-bocht aan de Kleine molenweg, die ik bij duister niet gezien had, bij gebrek aan reflectorpaaltjes of een chevronbord.
In gemengd verkeer fietsen in Winksele dorp geeft nog de meeste ruimte voor de fietser en een goede wegverlichting is iets waar de fietsers hier ook van profiteren om probleemloos hun weg te vinden en gezien te worden.
Aan de rotonde van de Kroonstraat doen we niet de moeite om het aanliggende fietspad van de rotonde te nemen, deels omdat we de oprit gemist hadden, deels omdat dergelijke fietsstroken onveiliger zijn dan het gemengd gebruik van een kleine rotonde. In de Kroonstraat krijgen we wegversmallingen voor ons maar gelukkig is ernaast een fietsstrookje gemaakt in lijn met het tracé dat de fietser langs de boordsteen volgt. Het is echter maar één meter breed tussen de boordsteen van het plantvak en deze van de stoep zodat we met onze brede vierwieler het even benauwd krijgen.
Het nemen van de brug van de Kroonstraat over het spoor is een ramp. Je moet achter betonnen muurtjes naar de Lodewijk van Veltemstraat om daar na de bocht pas een oversteek te vinden naar het westen. Verderop vanaf de Scoutslokalen tot de Dienstbrugstraat is er een smal fietspad achter een haagje – dat dit keer blijkbaar wel goed gesnoeid was en de doornstruiken langs de kant waren ook ingekort – maar het lag volledig in het duister omdat de straatverlichting aan de andere kant van de weg staat. Zelfs zonder die haagjes zou er al niet veel licht op het fietspad vallen, maar door de haagjes was het een donkere zone waar twee lichtpuntjes me tegemoet liepen. Blijkbaar twee jogsters die gelukkig lichtjes droegen. Dat maakte dat ik toch maar de berm in reed om hen te laten kruisen. Zonder die lichtjes had ik hen niet opgemerkt. Dus een fluovestje was ook al een noodzakelijk attribuut om s’avonds buiten te joggen op een fietspad. Uiteindelijk kwam ik dan aan de nieuwe onderdoorgangen van de F3 aan de Kouterstraat, die niet onderin niet was verlicht. Dat was een van mijn doelen waar ik de kwaliteit van de verlichting wilde testen. De onderdoorgang was gelukkig wel hoog en op maaiveld met masten voor en achter en zelfs op de weg erboven stond een mast aan elke tunnelmond en dat hielp ook wat. De verlichting in de onderdoorgang was voldoende, zij het wellicht niet volgens de strenge normen. 0.1 Cd is niet veel en het liet zeker niet toe om gelaatstrekken te zien van personen die daar zouden kunnen schuilen of je tegemoet rijden.
Voorbij de onderdoorgang hernam de fietsweg zijn tracé langs het spoor met lichtmasten die om 19u40 al gedimd waren maar waarvan er één lichtpunt voor me op volle kracht ging branden toen ik er aankwam. Er zat dus een radardetectie op. Het systeem van dimming met radardetectie was blijkbaar door Fluvius geïnstalleerd om minder energie te gebruiken maar het levert wel een duister perspectief op met veel zwarte vlekken op het verloop van het tracé, waardoor bochten ook moeilijker te detecteren zijn op afstand. Enkele dagen later vernam ik dat dit systeem op fietspaden naast natuurgebieden verboden is door het Agentschap voor Natuur en Bos omdat het meer impact heeft op fauna dan als het licht permanent brandt. Begrijpelijk want wij worden wellicht ook wakker als iemand het grote licht in de slaapkamer aandoet maar niet als ons nachtlampje de hele nacht blijft branden.
Dit systeem van dimming maakte het wel moeilijk om hindernissen op je weg, zoals afgevallen takken, wortels te zien onderweg omdat de gelijkmatigheid van de verlichting weg is. Onder de brandende ledlamp heb je wel voldoende zicht, maar tussen twee lichtpunten meten we 0.12 Cd en dat is onvoldoende. Het systeem zou beter telkens drie lichtpunten laten oplichten zodat er beter zich is op het verloop van het fietspad.
De volgende onderdoorgang was deze van de Zavelstraat. Die was ook onverlicht, vlak met doorzicht, even hoog maar iets langer dan de vorige. Hier ontbraken de lichtmasten op de weg erboven en aan de kant van Bertem was het lichtpunt buiten de onderdoorgang uitgeschakeld. Dat maakte dat de onderdoorgang duister was en je enkel de doorlopende aslijn zag oplichten. We maten 0.4 Cd/m2, wat absoluut te weinig was.
We konden uit deze twee voorbeelden wel de nodige lessen trekken voor een andere onderdoorgang die verderop zou worden aangelegd. Dit was het eindpunt van de rit.
Nieuwsgierig als ik ben besloot ik niet meer langs de zelfde weg terug te keren maar naar het zuiden te rijden via de Zavelstraat naar Meerbeek om het recente fietspad op de Meerbeeksesteenweg te bekijken en daar de F203 te nemen naar Bertem om de strijkverlichting met lage paaltjes die we daar geplaatst hadden bij duister te ervaren.
Wat een tegenvaller! De Zavelstraat was slecht verlicht. De masten stonden eenzijdig aan de andere kant van de weg. Het fietspad was aanliggend en verhoogd. De boordsteen veranderde op de brug in een bredere betonnen muur. Eens de N2 overgestoken kwam ik op de Wijnegemhofstraat waar de verlichting eveneens aan de overkant van het fietspad stond en de lichtintensiteit het maakte moeilijk om op het smalle aanliggende fietspad de randen te zien. Na het dorp van Meerbeek veranderde de naam van de weg in Hulstbergstraat waar er enkele jaren geleden nog geen fietspad lag, maar recent een vrijliggend fietspad is aangelegd dat doorloopt op de Meerbeeksesteenweg. Op een bepaald moment werd dit verrassend een tweerichtingsfietspad want aan de minirotonde aan de Heerbaan kwam ik een groep fietsers in fluovestjes tegen die ik met een schreeuwerige claxon maar aanmaande om niet met twee naast elkaar te rijden omdat het fietspad daarvoor te smal was om mij te kruisen. Het fietspad is voorzien van een aparte fietsverlichting maar in de metingen blijkt dat de gelijkmatigheid te wensen over laat. Er zijn ook enkele zwarte plekken in het verloop. Mogelijk zijn er enkele lampen die niet werken maar de waarde tussen de lichtpunten was bedroevig laag. (ten hoogste 0.07 Cd/m2)
De verbinding naar de F203 was niet verlicht en tot mijn verbazing waren de lage lichtpunten langs die fietssnelweg ook uitgeschakeld. Het was immers al na 20 uur en daarmee was ons tijdsvenster gesloten. Er viel gelukkig nog licht op het fietspad van de verlichting van de oprit van de snelweg. Verderop was zelfs de verlichting in de onderdoorgang van de F3 buiten werking en dat was net een mooie ledstrip boven de houten keperbekleding. Aan het einde van de fietsweg te Bertem werden we begroet door een drietal oranje paaltjes die de doorgang voor auto’s moeten belemmeren. Deze paaltjes vormen toch een aandachtspunt als de verlichting gedoofd is want we moeten die met onze fietsverlichting kunnen zien. Ze worden wel begeleid door witte midden- en randlijnen maar de reflectorstrips op de paaltjes deden hun werk niet goed.
Het is spijtig te moeten vaststellen dat dure fietsverlichting die we dan wel plaatsen langs een fietssnelweg gedoofd wordt buiten de tijden dat we weinig fietsgebruik kennen, maar de enkele fietsers die er dan nog rijden zouden ook veilig hun weg moeten vinden en de kleine stippels die de provincie voorstelt als aslijn zijn dan onvoldoende omdat we de rand van het fietspad en het bochtig tracé niet kunnen zien bij gebrek aan een randlijn en aan reflectoren of chevronborden in de bochten. Dat zijn nieuwe aandachtspunten die ik wil meenemen van mijn nachtelijk bezoek aan twee fietssnelwegen. Fietsen bij regen weer en duister is op fietspaden die verlicht worden met straatverlichting al een hele onderneming omdat het fietspad meestal te weinig licht krijgt. Gescheiden fietspaden aanleggen is onvoldoende. Ze moeten ook voorzien zijn van verlichtingsmasten en niet teren op restlicht van de straatverlichting. Gemengd verkeer is dan een betere zaak voor de fietser bij duister behalve als er snelheidsremmers zijn in de vorm van asverschuivingen. Asverschuivingen door parkeerstroken met boom- of plantvakken steken uit de zijbermen en dwingen de wagens en de fietsers om uit te wijken. Dan moet je die bij duister wel goed zichtbaar maken anders zijn het valkuilen voor de fietsers. Dat is het geval als deze onvoldoende voorzien zijn van reflecterende paaltjes op de koppen of omdat de verlichting geen rekening heeft gehouden met deze obstakels op de route van de fietser wanneer deze de geleiding van de rand van de weg volgt. (vb. T.W. Wilsonlaan in Leuven)
We hebben weer iets geleerd door te fietsen bij regen en ontij: dat onze weg als fietser slecht verlicht is en dat fietsen in die omstandigheden nog moeilijker en onveiliger wordt. Het is natuurlijk ook mogelijk dat het aan mijn leeftijd ligt en dat beginnende staar parten speelt. Dus hoor ik graag jullie ervaringen over fietsen bij duister.
Geef een reactie